Genitale wratten vanaf je 23ste

Jolanda aan de Stegge - freelance journalist

Dit is een artikel uit Seksoa magazine, het online tijdschrift voor professionals over soa's en seksuele gezondheid. De artikelen worden geschreven door experts uit het werkveld. 

Publicatiedatum: 1 juni 2008

Denk je dat je misschien genitale wratten hebt? Lees wat je kunt doen

Inleiding

Naast reguliere behandelingen en medicijnen tegen genitale wratten heeft Robert er het complete alternatieve spectrum op losgelaten. Hij weet allang dat hij levenslang aan het virus vastzit. Toch duurde het even voor hij dat kon accepteren.

Ik liet me opjuinen door alle informatie via internet

Robert, 26 jaar

Gek werd hij van het boek The Secret. Daarin wordt beweerd dat alles onder handbereik is, als je maar echt iets wilt en daar met voldoende positieve energie aan denkt. Was het maar zo simpel, verzucht hij. ‘Dan bestond er toch geen enkele ziekte meer.’ En meer specifiek: ‘Dan had ik toch allang geen genitale wratten meer.’

Robert is 26, student, en reageert via via op mijn oproep om te vertellen wat het betekent om genitale wratten te hebben. Hoe beïnvloedt deze geslachtsziekte, hoog in de soa Top 10, zijn leven in medisch, sociaal en psychologisch opzicht?

Bultje

Op zijn 23ste ontdekt hij op een dag een raar huidkleurig bultje op zijn penis, onder zijn voorhuid. In eerste instantie besteedt hij er niet echt aandacht aan. ‘Ik had een vaste relatie en vertrouwde mijn vriendin volkomen.’ Maar als dat rare bultje zich in een vlot tempo uitbreidt tot een eikel vol licht jeukende bultjes, gaat hij naar de huisarts. Die veronderstelt onmiddellijk dat het genitale wratten zijn. Een uitstrijkje bevestigt het vermoeden. Robert krijgt een zalfje voorgeschreven, waardoor de meeste wratten na een paar maanden verdwijnen.

Levenslang

Een rottijd breekt aan. Zijn vriendin verbreekt acuut de relatie als blijkt dat zij niet is besmet met het virus. ‘Ze was er van overtuigd dat ik er stiekeme seksuele contacten op nahield.’ Van studeren komt weinig meer terecht. Als een dolle surft hij over het internet op zoek naar meer informatie, hij gaat naar de soa-poli in zijn woonplaats, en consulteert later ook de dermatoloog en maag-darmspecialist in een academisch ziekenhuis. De informatie die hij overal krijgt, vindt hij verschrikkelijk. Levenslang opgescheept zitten met het virus. Altijd uitkijken met seks. Altijd vrijen met condooms en dan maar hopen dat het virus zich niet buiten de condoomrand bevindt. Nooit meer gepijpt kunnen worden. Besmettelijk zijn. ‘Ik ben helemaal niet zo’n versierder. Twee relaties heb ik gehad. Mijn laatste vriendin weet dat ik genitale wratten heb. Volgens haar heeft zij het virus niet, maar misschien liegt ze wel.’

Bevriezen

Ondanks de door de huisarts voorgeschreven zalf blijven er twee wratjes zitten. Ook na herhaaldelijk aanstippen met een vloeistof verdwijnen ze niet. Robert besluit ze te laten bevriezen. ‘Even was ik wrattenvrij, dat wil zeggen: ik zag ze niet meer. Misschien zat er nog wel een in mijn plasbuis of anus, maar ik had het idee dat ik er helemaal vanaf was. Maar een paar maanden later doken ze ineens weer op, bovendien erger dan de eerste keer.’

Door maanlicht beschenen uiensap

Robert wordt er wanhopig van, de wratten nemen hem volledig in beslag. Hij staakt zijn studie, en verdwijnt dagen en nachten achter de computer. Zoekend naar nieuwe informatie, nieuwe medicijnen, een nieuwe ingreep, wellicht. Een groot deel van de tijd chat hij met lotgenoten, wereldwijd. Naast de reguliere medicijnen stort hij zich op het alternatieve circuit. Dondert niet wat er voorbij komt: hij probeert alles uit. Insmeren met de binnenkant van bonenschillen, verse urine, door maanlicht beschenen uiensap, etherische wrattenolie, een onbestemde mineraalstift.

Pijn moet

Achteraf zegt hij ervan dat hij met een ‘maniakale bezetenheid’ te werk ging. Ook allerlei bij de drogist verkrijgbare producten probeert hij uit. Aan de voorschriften houdt hij zich allang niet meer. ‘Als op de bijsluiter stond dat je je maximaal twee keer per dag mocht insmeren, deed ik dat minimaal twee keer per half uur. Pijn deerde me niet, dat gaf me het gevoel dat iets werkte.’ Daarin ging hij ver, vindt hij nu ook, te ver. Hij ‘behandelt’ de wratten zo intensief dat het altijd pijn doet. Als een behandeling niet schrijnt dan jeukt het wel. Zitten er geen blaren, dan schilfert de huid of raakt ontstoken.

Loser

Robert is ervan overtuigd dat het heil via internet moet komen. Hij weet zeker dat er allang een middel in de handel is tegen genitale wratten, maar dat de reguliere gezondheidszorg dat tegenhoudt. Bij de huisarts komt hij allang niet meer en hij wil ook niet meer naar de soa-poli. Hij vindt het ongelooflijk dat artsen en verpleegkundigen hem vertellen dat hij zijn genitale wratten zal moeten leren accepteren. Dat hij er mee moet leren omgaan. En dat genitale wratten niet het einde van de wereld betekenen.

‘Misschien raak je verveeld als verpleegkundige, als je de zoveelste patiënt met een soa voorbij ziet komen, dat kan ik me best indenken. Alleen wil je als twintiger niet horen dat je er maar mee moet leren leven. Ik was totaal in de war. Verder leven? Maar hoe dan? Wie wil er nou nog met mij een relatie? Ik kon mij niet meer concentreren op mijn studie. Ik wist niet hoe ik mezelf uit de modder kon trekken, en durfde er tegelijkertijd met niemand uit mijn omgeving over te praten. Ik vond mezelf zo’n loser.’

Zoutzuur 

De ommekeer komt als Robert, dan 25, zijn laatste wrat volgens een eigen vinding probeert te elimineren met zoutzuur. Met een beschadigde penis belandt hij in het ziekenhuis, waar een arts een psycholoog op hem afstuurt.

‘Eerst wou ik er niet aan, maar die man zei goede dingen. Ik wist alles van het wrattenvirus, maar niks van mijn psyche. Een van de eerste opmerkingen die hij maakte was dat het hem verschrikkelijk leek om op zo’n jonge leeftijd zo’n klotevirus bij je te dragen. Hij was de eerste professional die vroeg wat het hebben van die genitale wratten eigenlijk voor mij betekende.’

Zin en onzin

De gesprekken met de psycholoog pakken goed uit. Robert hervat zijn studie. In overleg met de psycholoog stopt hij, in ieder geval tijdelijk, met online zoeken naar een wondermiddel. ‘Want ik liet mij ontzettend opjuinen door alle informatie die ik daarop vond. Op een gegeven moment was ik niet meer in staat zin van onzin te onderscheiden. Ik wantrouwde iedere arts. Op sites en in blogs vertellen mensen over allerlei wonderbaarlijke genezingen dankzij middel X of Y. Ik was zo ver heen, dat ik bereid was alles te geloven.’

Op aanraden van de psycholoog gaat Robert sporten. ‘Een goede conditie verhoogt je weerstand en dat is bij iedere ziekte aan te raden. Bovendien verbreden mijn studie en het sporten mijn blikveld. Ik vind het nog steeds een rotvirus, maar ik moet er inderdaad mee leren leven. En zo langzamerhand ben ik er van overtuigd dat dit ook best kan.’
 

Robert is een pseudoniem

Leer meer over soa's

E-learnings, video's en podcasts

Wil jij meer weten over soa's en soa-zorg in Nederland? En wat je leert meteen gebruiken in je eigen werk? Bij de Soa Aids Nederland Academie spijker je je kennis bij met korte online trainingen.

Bekijk de e-learnings

De inhoud van dit artikel is gereviewd door 2 leden van de redactieraad van Seksoa magazine met als hoofdredacteur Hanna Bos, arts infectieziektebestrijding bij Soa Aids Nederland.

Soa Aids Nederland helpt publiek en professionals om hiv en andere soa’s te voorkomen, op te sporen en te behandelen. We bieden iedereen betrouwbare informatie op maat. Soa Aids Nederland ontvangt subsidie van het RIVM.