Wanneer test je op mycoplasma?
Mycoplasma is een soa die vooral bij mannen klachten geeft. Heeft je cliënt klachten door een plasbuisontsteking (urethritis)? Test dan eerst op chlamydia of gonorroe. Heeft hij deze soa’s niet? En blijven de klachten? Test dan op mycoplasma. Heeft je cliënt mycoplasma? Check hoe je deze soa behandelt volgens de richtlijn.
Ook partners informeren is van belang. Ga hierover in gesprek met je cliënt. Bespreek ook seksueel gedrag en ondersteun in het maken van gezonde keuzes.
Onderstaande informatie komt uit de Multidisciplinaire Richtlijn Soa’s en is gelijk aan de informatie in de Samenvattingskaart MDR Soa's en de MDR Soa-app voor iOS en Android.
Wie test je op mycoplasma?
- Mannen met symptomen die kunnen passen bij mycoplasma en die geen chlamydia of gonorroe hebben
- Mannen die door hun vaste partner geïnformeerd zijn over mycoplasma (alternatief: direct meebehandelen)
Verwekker mycoplasma
Mycoplasma genitalium
Symptomen en complicaties mycoplasma
Mycoplasma genitalium is geassocieerd met NGU bij mannen. NGU is een plasbuisontsteking die door iets anders dan gonorroe wordt veroorzaakt.
Er is NIET genoeg bewijs voor associatie met:
- Fluorklachten
- PID (pelvid inflammatory disease, bekkenontsteking)
- Epididymitis (bijbalontsteking)
- Onvruchtbaarheid
Bij deze klachten hoef je niet te testen op mycoplasma.
Richtlijnen soa’s
Testen en behandelen mycoplasma
Wil je meer lezen over mycoplasma, waar je op moet letten bij het stellen van de diagnose en hoe je mycoplasma behandelt? In de MDR-richtlijn vind je meer informatie (p. 167).
Diagnose en testen mycoplasma
We testen alleen bij uitzondering op mycoplasma. Bij mannen met (aanhoudende) NGU kun je een test op Mycoplasma genitalium overwegen.
Behandeling mycoplasma
Blijkt uit de test dat je cliënt mycoplasma heeft? Of is je client partner van iemand met klachten door mycoplasma? Start dan de juiste behandeling. Het liefst behandel je op basis van een gevoeligheidsprofiel. De bacterie is soms resistent voor 1e keus antibiotica. Lees welke behandeling je geeft en of controle nodig is.
Je kunt je cliënt het beste behandelen als je eerst een gevoeligheidsprofiel laat bepalen. Hiermee kun je het juiste antibioticum kiezen.
- 1e keus: azitromycine (1 dd)
- dag 1: 500 mg po
- dag 2 t/m 5: 250 mg mp
- 2e keus: moxifloxacine 400 mg po (7-10 dd)
Check of je cliënt op andere soa’s is getest en of dit nodig is.
Heeft je cliënt geen klachten die passen bij mycoplasma? En ook geen partner die klachten heeft? Dan is behandelen van mycoplasma medisch gezien niet nodig. Behandelen kan bijdragen aan antibiotica resistentie. Bespreek dit goed met je cliënt als je toch besluit te behandelen. Behandel op basis van een gevoeligheidsprofiel. Zo kies je het juiste antibioticum.
Nacontrole
Heb je geen gevoeligheidsprofiel laten bepalen? En zijn de klachten na behandeling niet weg? Dan kun je een nacontrole doen.
Sekspartners informeren
Heeft je cliënt mycoplasma? Dan is er een grote kans (meer dan 50%) dat de vaste sekspartner ook mycoplasma heeft. Het is goed om dit te testen voordat je de partner meebehandelt. Zo voorkom je dat de partner onnodig antibiotica krijgt. Heeft de partner mycoplasma? Dan kun je dezelfde behandeling geven.
Bespreek het maken van gezonde keuzes
Met je cliënt praten over risicovol gedrag en ondersteuning bij het maken van gezonde keuzes is een essentieel onderdeel van het soa-consult:
- Geef aan dat je cliënt tot 1 week na de test beter geen seks of seks met condoom kan hebben. Zo kan de infectie beter genezen en kan mycoplasma niet alsnog overgedragen worden.
- Bespreek het gebruik van condooms
- Verwijs naar websites die kunnen helpen om gezonde keuzes te maken, zoals mantotman.nl, sense.info voor jongeren of sekswerk.info
Wil je tips over hoe je iemand optimaal ondersteunt op het gebied van seksueel gedrag? In 2 uur is je kennis helemaal up-to-date met de e-learning Ondersteun je cliënt bij het maken van gezonde keuzes.
Contact met onze experts
Deze pagina is bijgewerkt op 3 november 2022.