Terug naar overzicht

Syfilis in Nederland

03/05/2017

Uit de meest recente RIVM cijfers blijkt dat syfilis het afgelopen jaar met ruim een kwart toenam. De belangrijkste risicogroep bestaat uit hiv-positieve mannen die seks hebben met mannen, maar recentelijk lijkt er een verschuiving in risicogroepen waarneembaar. Naast preventie is partnerwaarschuwing de belangrijkste maatregel om syfilis te bestrijden.

Onderzoek

Auteur(s): Chantal den Daas, wetenschappelijk onderzoeker & Birgit van Benthem, epidemioloog Centrum Infectieziektebestrijding RIVM

Trends in syfilis

Historisch zijn er een aantal goed te verklaren pieken en dalen in syfilis aantallen. De eerste grote piek was ten tijde van de tweede wereldoorlog, waarna er penicilline beschikbaar kwam en er een sterke daling zichtbaar werd. Daarna nam syfilis weer toe in de jaren 60-70 tijdens de seksuele revolutie. In de jaren 80-mid 90 was er een daling door de angst voor hiv en aids, de angst nam af in 1996 toen een effectieve therapie voor hiv beschikbaar kwam.

Zoals te zien in het figuur van het jaarrapport soa in Nederland in 2015 (figuur 1), neemt het vindpercentage syfilis vanaf 2011 jaarlijks toe, terwijl er tot 2011 juist een duidelijk daling in het vindpercentage voor syfilis te zien was (1). De stijging in het vindpercentage is ook opvallend in de context van de steeds stijgende aantallen mensen die op syfilis zijn getest. Echter vanaf 2015 worden hetero mannen en vrouwen onder de 25 jaar niet langer standaard op syfilis getest. In 2015 werd 942 keer syfilis gediagnosticeerd bij de centra voor seksuele gezondheid (CSG). Dit is een sterke stijging van 27 procent ten opzichte van 2014, (742 diagnoses syfilis). Syfilis is een indicator voor seksueel hoog risicogedrag. Een toename in syfilis kan daarom een vroege indicator zijn voor een toename van ander soa, inclusief hiv.

 

Figuur 1:

Aantal testen en vindpercentage syfilis

Totaal aantal testen en vindpercentage van infectieuze syfilis voor sekse en type seksueel contact, 2005-2015

 

Risicogroepen

Syfilis wordt vooral gevonden bij mannen die seks hebben met mannen (MSM). In 2015 werden 901 van de 942 diagnoses (96 procent) bij de CSG gesteld bij MSM. Net als voorgaande jaren was het vindpercentage in 2015 vooral hoog bij hiv positieve MSM, 357 van de 4,474 geteste hiv positieve mannen (8 procent) bleken syfilis te hebben. Wel lijkt er verschuiving gaande in de hoog risicogroepen voor syfilis. Recent ongepubliceerd onderzoek, gepresenteerd op de soa en hiv expertmeeting van het RIVM, laat zien dat steeds meer hiv negatieve MSM syfilis krijgen (2). In Amsterdam, waar vanaf juli 2011 een verheffing in syfilis onder MSM zichtbaar is, was in 2011 nog 70 procent van de MSM met syfilis hiv positief en 30 procent hiv negatief, terwijl dat in 2015 56 en 43 procent was. Recentelijk werd ook een verheffing van syfilis diagnoses in MSM waargenomen in een periode van 6 maanden in Rotterdam, waarbij de meerderheid (62 procent) van deze MSM hiv negatief was.

Naast een verschuiving van hiv positieve naar hiv negatieve MSM, zijn er ook signalen van een toename in syfilis onder hetero jongeren. In 2015 was er bijvoorbeeld in regio Hollands Noorden een syfilisverheffing. Er werden op de soa-poli van de GGD (mede door intensief contactonderzoek) zeven syfilisbesmettingen vastgesteld binnen enkele weken, en nog 3 andere positieven elders in de regio, onder andere bij huisarts en internist. Het ging om hetero’s tussen de 23 en 32 jaar, van Caribische en Nederlandse afkomst. In 2016, werden in Zuid Limburg in een maand 4 syfilisbesmettingen vastgesteld bij 3 vrouwen tussen de 15 en 20 jaar en 1 man van 22 jaar. De jongeren waren van Nederlandse afkomst en er was sprake van drugsgebruik tijdens de seks variërend van alcohol tot andere middelen. In vergelijking met syfilis onder MSM gaat het bij hetero’s om kleine aantallen, maar met een totaal aantal diagnoses van 21 onder vrouwen en 20 onder heteromannen over heel 2015 bij de CSG, zijn dit toch opvallende verheffingen in korte tijd.

 

Mogelijke verklaringen

Ook in buitenland wordt een toename in het aantal syfilisgevallen gezien. Door buitenlandse onderzoekers wordt deze toename in direct verband gebracht met de populariteit van datingapplicaties zoals Grindr (3). Het gebruik van deze applicaties wordt steeds populairder om nieuwe seksuele partners te ontmoeten. Hierdoor zouden meer risicovolle seksuele netwerken kunnen worden gevormd, en zou er meer menging tussen seksuele netwerken kunnen plaatsvinden. Dit zou voor een snellere verspreiding van syfilis kunnen zorgen. Er is echter maar weinig onderzoek gedaan naar het effect van deze applicaties op de verspreiding van soa, en er is geen sterk bewijs dat gedrag verandert nadat mensen seksuele partners online ontmoeten in plaats van op fysieke locaties.

Een ander mogelijke verklaring is een toename in chemsex. Met chemsex wordt seks in combinatie met middelen bedoeld, en in Nederland en bij MSM is chemsex relatief veel voorkomend (4). Naast een psychologisch risico verhogend effect van chemsex (vermindering van zelf controle, vergroting van seksueel uithoudingsvermogen) zijn er ook fysieke effecten van drugs, die het risico van chemsex op het oplopen van syfilis kunnen verhogen (bijvoorbeeld uitdroging van slijmvliezen).

Momenteel is in Nederland een pilot gaande met pre-exposure profylaxis (PrEP), waardoor er voor een beperkte groep MSM een extra mogelijkheid is om jezelf te beschermen tegen het oplopen van hiv. Dit zou de bezorgdheid over het oplopen van hiv verder kunnen verminderen, waardoor er meer seks zonder condoom plaatsvindt. PrEP beschermt wel tegen hiv, maar niet tegen syfilis. Binnen de PrEP pilot wordt risicogedrag onderzocht, maar er is geen data over eventuele veranderingen in risicoperceptie en -gedrag binnen de totale MSM populatie.

 

Beleid en maatregelen

Momenteel worden alle MSM die bij een CSG komen getest op syfilis, aangezien MSM het meeste kans hebben op het krijgen van syfilis. Sinds 2015 worden heterojongeren standaard alleen op chlamydia en gonorroe getest, en alleen op indicatie ook op syfilis en hiv. Jongeren worden eventueel op syfilis getest als zij specifiek voor syfilis gewaarschuwd zijn, klachten hebben die op syfilis wijzen, of partners hebben uit een soa-endemisch land. Jongeren hebben een kleine kans dat zij syfilis oplopen en daarom is in triage gekozen alleen op indicatie te testen. Dit houdt wel in dat bij verheffing van syfilis onder hetero jongeren syfilis diagnoses gemist zouden kunnen worden.

De belangrijkste maatregel voor de opsporing van syfilis, vooral onder heterojongeren, is actieve partnerwaarschuwing. Bij partnerwaarschuwing worden alle partners die risico hebben gelopen geïnventariseerd. Een deel van deze totale groep zal identificeerbaar zijn, een adres, telefoonnummer of emailadres is bekend. Van de mensen die geïdentificeerd zijn zullen er zoveel mogelijk gewaarschuwd moeten worden, door de persoon zelf of met hulp Uiteindelijk worden er dan van de gewaarschuwde mensen weer zoveel mogelijk getest. Bij iedere stap is er niettemin een kans dat mensen afvallen, syfilis infecties niet worden opgespoord, en syfilis zich verder verspreid. Het is daarom belangrijk om partnerwaarschuwing altijd en zo goed mogelijk uit te voeren.

Daarnaast is het belangrijk dat, bij een verheffing van syfilis in een bepaalde regio of in een bepaalde groep mensen, huisartsen en specialisten in die regio alert zijn op signalen die op syfilis kunnen wijzen. Bijvoorbeeld werd er in regio Hollands Noorden een brief naar huisartsen gestuurd, waarin werd aangeraden om alert te zijn op mogelijke syfilis infecties bij hetero’s tussen de 20 en 30 jaar. Verdere maatregelen kunnen zich ook richten op de preventie van drugsgebruik in combinatie met seks, het hoeft hier niet om verslavingsproblematiek te gaan. En natuurlijk blijft condoomgebruik de manier om alle soa tegen te gaan.

 

Referenties

1.            Van den Broek IV, Van Aar F, Van Oeffelen AAM, Op de Coul E, Woestenberg PJ, Heijne JCM, et al. Sexually transmitted infections , in the Netherlands in 2015. Bilthoven: Centre for Infectious Disease Control, National Institute for Public Health and the Environment (RIVM), 2015.

2.            Van Aar F, den Daas C, Van der Sande MAB, Soetens LC, de Vries HJC, van Benthem BHB. Resurgence of syphilis among men who have sex with men attending STI clinics in the Netherlands. Manuscript submitted.

3.            Zou H, Fan S. Characteristics of Men Who Have Sex With Men Who Use Smartphone Geosocial Networking Applications and Implications for HIV Interventions: A Systematic Review and Meta-Analysis. Arch Sex Behav. 2016.

4.            Knoops L, Bakker I, van Bodegom R, Zantkuijl P. Tina & Slammen: MSM, crystal meth-grbeuik en het injecteren van drugs in een seksuele setting. Amsterdam, Mainline, Soa Aids Nederland: 2015.

 

Meer lezen?

Eind 2014 verscheen de nieuwe Europese richtlijn over diagnostiek en behandeling van syfilis: 2014 European Guideline on the Management of Syphilis. Syfilis wordt ook behandeld in de Nederlandse Multidisciplinaire Richtlijn Seksueel Overdraagbare Aandoeningen voor de 2e lijn  die in 2012 verscheen. Tussen deze twee richtlijnen zit een aantal relevante verschillen op het gebied van diagnostiek, behandeling en follow up. In het artikel Syfilis verschillende richtlijnen worden de belangrijkste verschillen tussen de Europese en Nederlandse richtlijn uiteengezet.

Lees ook het artikel Vraag het aan de GGD van arts Charlie van der Weijden van Centrum Seksuele Gezondheid Flevoland over het zorgvuldig diagnosticeren van syfilis bij een client.

Samen met andere wetenschappers deed Chantal den Daas (auteur van dit artikel) eerder onderzoek naar trends en clusters die in uitbraken van syfilis te ontdekken zijn. In het wetenschappelijk artikel Outbreaks of syphilis among men who have sex with men attending STI clinics between 2007 and 2015 in the Netherlands: a space–time clustering study worden de uitkomsten bekendgemaakt.

Delen

Alle SekSoa Magazine artikelen zijn terug te vinden in ons archief

Bekijk archief