Chlamydiascreening

In Nederland werd de prevalentie van chlamydia infecties in 2003 geschat op 2,1% onder jongeren van 15-29 jaar, het hoogst (3,2%) in grote steden. Sindsdien is het aantal gediagnosticeerde gevallen van chlamydia trachomatis (Ct) alleen maar gestegen en hoewel er steeds meer getest wordt, neemt het percentage positieve testen niet af.

De Gezondheidsraad heeft daarom geadviseerd een grootschalig implementatieproject voor chlamydia screening uit te voeren.

Implementatieproject

Van april 2008 tot december 2010 heeft het Chlamydia Screenings-Implementatie-Project plaatsgevonden in drie regio’s: Amsterdam, Rotterdam en Zuid-Limburg. Doel was de evaluatie van de haalbaarheid en effectiviteit van Chlamydia screening op de korte en lange termijn en het berekenen van de (kosten)effectiviteit van screening.

Methoden

280.000 jongeren (van 16 t/m 29 jaar) in drie regio’s zijn in drie opeenvolgende jaren per brief uitgenodigd door de GGD of de huisarts om deel te nemen aan chlamydiascreening. Via internet konden seksueel actieve jongeren vervolgens met een persoonlijke inlogcode via internet een chlamydia testpakket aanvragen via internet.

 

De jongeren namen zelf monsters af en stuurden die naar laboratoria. De uitslag kregen ze online. Positieve testers kregen een verwijzing naar huisarts of soapoli, en een nieuw testpakket na zes maanden

CSI project in animatie

Resultaten

  • Er zijn twee keer 280.000 uitnodigingen verstuurd en één keer 75.000. Er zijn 86.000 tests gedaan en 3.735 infecties opgespoord.
  • De participatiegraad was 16.1% in de eerste ronde en daalde geleidelijk tot 10.8% en 9.5 % (2e resp. 3e ronde).  In de controle groep uitgenodigd aan het einde van de tweede ronde was de participatiegraad 13.0 %.
  • In ronde 1 testte 4,3% van de deelnemers positief, dit is hetzelfde als in het controleblok. In ronde 3 testte 4.1% van de deelnemers positief.  
  • 91% van de Ct-positieve deelnemers ging binnen twee weken nadat ze de uitslag gezien hadden naar een arts voor behandeling.
  • Eén op de tien Ct-positieven was positief bij hertest.

Effectiviteit

  • In geen van de regio’s of socio-demografische groepen werd substantiële afname in positiviteit gezien na drie screeningsrondes. Onder de mensen die drie keer hebben deelgenomen (2.8% van alle uitgenodigden) de positiviteit daalde van 5.9 naar 2.9%.
  • Van de niet-deelnemers geeft 70% aan een legitieme reden te hebben (geen risico gelopen of recent getest). Onder de personen die herhaald deelnamen bevonden zich meer mensen met risicogedrag.
  • Het aantal personen dat getest is in de Chamydia screening is hoger dan in de reguliere soa-zorg (soa poliklinieken en huisartsen) in 2008-2009 in deze regio’s, maar het aantal gevonden infecties is lager. 

Conclusie

Hoewel de screening praktisch goed uitvoerbaar is, adviseren we deze nog niet landelijk uit te rollen. Hoewel er een substantieel aantal infecties is opgespoord, zijn de bewijzen voor (kosten-)effectiviteit nog te beperkt. 

Financiering

Het CSI-project is gefinancierd door ZonMW.

 

Meer informatie

Soa Aids Nederland, prof. dr. Jan van Bergen, 020 – 62 62 669, professionals@soaaids.nl

Delen