Hoe kies je doelen en indicatoren?

Voordat je online veldwerk gaat uitvoeren, moet je helder formuleren wat je doelstellingen zijn en hoe je deze meetbaar gaat maken. Formuleer SMART-doelstellingen en verschillende procesgerichte en resultaatgerichte indicatoren, die je gaat gebruiken om de voortgang van je activiteiten te meten.

SMART-doelstellingen

Doelstellingen SMART formuleren, betekent het beschrijven van de volgende aspecten:

Specifiek Is de doelstelling voldoende gedetailleerd, eenduidig en duidelijk beschreven?
Meetbaar Is de doelstelling beschreven in waarneembare en meetbare elementen?
Acceptabel Is de doelstelling voor de betrokken partijen en doelgroepen acceptabel?
Realistisch Is de doelstelling haalbaar binnen de geldende randvoorwaarden?
Tijds-gebonden In welke tijdsperiode moet de doelstelling gehaald worden?

Indicatoren

Een indicator is een meetinstrument, dat gebruikt wordt om te bepalen wat de huidige status is van een situatie en in hoeverre een bepaald gesteld doel behaald wordt.

  • Indicatoren maken het makkelijker om de voortgang en de ‘kwaliteit’ van je werk te meten;
  • Indicatoren bestaan op verschillende niveaus, zoals resultaatgerichte en procesgerichte indicatoren;
  • Beide soorten indicatoren kun je benoemen tot prestatie- of sleutelindicator als het gaat om het uitvoeren van online veldwerk.

Resultaatgerichte indicatoren

Als het gaat om resultaten kun je indicatoren op drie niveaus benoemen: output, outcome en impact. Enkele voorbeelden:

Impact:
Incidentie van hiv onder MSM, seksuele tevredenheid, kwaliteit van leven

Outcome (uitkomst):
Aandeel van mannen dat correct en consequent condooms gebruikt bij losse partners; aandeel dat in de laatste zes maanden getest is op hiv; aandeel MSM dat volledig gevaccineerd is; waarderingscijfer van MSM voor outreach-acties (klanttevredenheid);
Output (productie):
Aantal gebruikers aan wie een chatbericht is gestuurd (actief); aandeel van prioritaire groepen binnen bereikte populatie; aantal soa- en hiv-gerelateerde vragen (passief); aantal doorverwijzingen (actief/passief); 

Procesgerichte indicatoren

Naast resultaatgerichte indicatoren kun je indicatoren benoemen op procesniveau. Het draait hier om de diverse stappen of gebeurtenissen gedurende een activiteit.

Procesgerichte indicatoren zijn bijvoorbeeld:

  • ‘Up- en downtime’: het tijdsaandeel dat veldwerkers daadwerkelijk online hun werk konden doen (exclusief internetuitval, technische storingen, profielblokkade, et cetera);
  • Het aandeel veldwerkers dat gebruik maakt van adviesprotocollen;  
  • De wachttijd van bezoekers (de reactietijd van veldwerkers).

Wat zijn goede indicatoren?

In de regel is het het eenvoudigste om output- indicatoren meetbaar te maken. De output is namelijk een direct gevolg van je eigen activiteit, terwijl de outcome (uitkomst) mede afhankelijk is van andere factoren. De samenhang tussen activiteit en impact is vaak nog lastiger om te maken, bijvoorbeeld omdat hiv-incidentie door allerlei factoren wordt beïnvloed. Of omdat er veel tijd tussen de activiteit en het einddoel ligt.

Prestatie-indicatoren (key performance indicators)

Key performance indicators, ook wel prestatie-indicatoren of sleutelindicatoren genoemd, zijn de indicatoren die het belangrijkst zijn voor het beoordelen van de voortgang van beoogde doelstellingen. Prestatie-indicatoren helpen de kwaliteit van veldwerk te bewaken en te verbeteren. In het beoordelen van de kwaliteit van curatieve en preventie zorg worden prestatie-indicatoren steeds belangrijker. 

Tips voor het kiezen van prestatie-indicatoren

  • Kies niet meer dan vijf indicatoren per onderwerp
  • Zorg voor een goede combinatie van indicatoren op verschillende niveaus (proces en resultaat)
  • Kies indicatoren waarvan je relatief eenvoudig of snel data kunt verzamelen;
Delen