Wat is het wetenschappelijke bewijs?

De wetenschappelijke basis voor de nieuwe boodschap is door de jaren heen opgebouwd. 

De conclusies over de kans op overdracht van hiv, zijn gebaseerd op een combinatie van de resultaten van onderzoeken en van biologische aannemelijkheid (plausibiliteit). Dat laatste betekent dat als een hiv-behandeling succesvol is in het onderdrukken van het virus, het in overeenstemming met biologische kennis logisch is dat ook de overdracht van het virus wordt onderdrukt. Op basis van onderzoek én biologische kennis zijn wetenschappers het er over eens dat we nu met vertrouwen kunnen zeggen dat er geen overdracht plaatsvindt als de hoeveelheid hiv in het bloed niet aantoonbaar is.

Bekijk de ontwikkeling van de standpunten van 2008 tot nu:

2008: Zwitsers standpunt
Een Zwitserse hiv commissie kwam op basis van bevindingen in de eigen praktijk met de behandeling van mensen met hiv tot de conclusie dat onder bepaalde voorwaarden hiv niet overdraagbaar is bij een succesvolle hiv-behandeling. Deze conclusie was alleen bedoeld voor Zwitserse artsen, maar leidde tot een wereldwijde discussie.

  • Artikel: Vernazza P et al. Les personnes séropositives ne souffrant d’aucune autre MST et suivant un traitment antirétroviral efficace ne transmettent pas le VIH par voie sexuelle. Bulletin des médecins suisses 89 (5), 2008.
  • Bespreking
  • Recente terugblik op standpunt en discussie

2011: HPTN 052 studie

In een groot onderzoek onder 1.763 stellen bleek dat vroegtijdige start en succesvolle hiv-behandeling het risico op overdracht van hiv op een vaste heteroseksuele partner vermindert met 96%. De uitkomst was geen 100% omdat één persoon uit de groep waarin hiv-behandeling vroeg startte zelf hiv opliep. Dit gebeurde in de fase waarin diens partner met hiv net startte met hiv-behandeling.

2014-nu: PARTNER studie

2014: In een tussenrapportage van onderzoek onder hetero- en homostellen werd gevonden dat er onder 767 sero-discordante stellen geen hiv-overdracht heeft plaatsgevonden in 16.400 gevallen van seks bij homo-stellen en 28.000 gevallen van heterostellen. Alle hiv-infecties die plaatsvonden konden door genetische analyse herleid worden op anderen dan de eigen partner.

  • Abstract: Rodger A et al. HIV transmission risk through condomless sex if HIV+ partner on suppressive ART: PARTNER study. 21st Conference on Retroviruses and Opportunistic Infections, Boston, abstract 153LB, 2014.
  • Bespreking

2016: tussenrapportage
In een tussenrapportage van inmiddels 888 zero discordante stellen, 38% homo, werd geen hiv-overdracht gevonden bij 58.231 gevallen van seks. Er vonden 11 nieuwe hiv infecties plaats; genetische analyse liet zien dat deze allen herleidbaar waren naar een andere dan de eigen vaste partner.

2017: Opposites Attract studie
In een onderzoek onder 343 homostellen, waarbij een partner hiv had wiens virus niet langer aantoonbaar was en de ander geen hiv had, is geen enkele hiv overdracht gevonden in zo’n 17.000 gevallen van condoomloze anale seks. Als de partner met hiv succesvol behandeld wordt, bleek de aanwezigheid van een soa geen verschil te maken voor overdracht risico’s. Tijdens de studie liepen drie mannen hiv op, genetische analyse bewees dat dit niet van hun eigen partner was.

Deze studie liet ook zien dat als de hiv-positieve partner een onmeetbaar virus had, de aanwezigheid van een andere soa, niet leidt tot een verhoogd risico op transmissie van hiv.

Ons standpunt:

Soa Aids Nederland vindt het essentieel dat de n=n boodschap door iedereen wordt gehoord. Deze kennis voorkomt stigma van mensen met hiv en is belangrijk om de verspreiding van hiv tegen te gaan. Soa Aids Nederland heeft de n=n boodschap inmiddels verwerkt in de communicatie en voorlichting aan het algemeen publiek en doelgroepen. Soa Aids Nederland ondersteunt professionals in het uitdragen van de n=n boodschap in de dagelijkse praktijk.

Delen