1994-2003 Hiv als chronische ziekte

1994-2003: Hiv als chronische ziekte

Combinatietherapie wordt ontdekt, waardoor een hiv-infectie niet meer hoeft te resulteren in een dodelijke ziekte. Het wordt een chronische ziekte. Een enorme vooruitgang, maar niet zonder gevolgen. Patiënten die dachten hun laatste dagen te tellen, knappen zienderogen op. Hen wacht de taak om te leren leven met hiv. Met de beschikbaarheid van een nieuwe therapie neemt het seksueel risicogedrag toe. Dit leidt tot een toename van soa’s en nieuwe hiv-infecties.

Wanhopige patienten

Tot 1996 is er geen effectieve behandeling voor aids. Dit tot wanhoop van patiënten, die alles willen doen om te genezen. Een Amerikaanse aidspatiënt laat zelfs (tevergeefs) een levensgevaarlijk experiment op zichzelf uitvoeren, waarbij beenmerg van een baviaan naar zijn lichaam getransplanteerd wordt. Ook strijden patiënten in actiegroepen voor snelle beschikbaarheid van medicijnen.

Aidsonderzoeker Joep Lange

Combinatietherapie

Als Joep Lange in 1994 oppert om hiv te bestrijden met meerdere medicijnen tegelijk, wordt hij voor gek uitgemaakt. Hij wordt zelfs bekogeld met tomaten! Toch blijkt een jaar later, als buitenlandse wetenschappers de combinatietherapie (highly active antiretroviral therapy, kortweg HAART) introduceren, dat het toedienen van een ‘cocktail’ van drie verschillende medicijnen wel degelijk levensreddend kan zijn. De combinatietherapie onderdrukt het hiv-virus, zodat er geen aids ontstaat. In Nederland boekt de trial met HAART positieve resultaten, waardoor deze vroegtijdig kan worden stopgezet en minister Borst HAART versneld toelaat. Nederland is een van de eerste landen met combinatietherapie.

Een nieuw leven met HAART

Een wonder geschiedt: doodzieke aidspatiënten krijgen met HAART hun leven terug. Daar moeten ze echter wel een prijs voor betalen. Niet alleen een financiële, maar ook een medische: de rest van hun leven moeten ze medicijnen (inclusief bijwerkingen) slikken. De patiënten die vóór HAART al zijn behandeld, hebben de meeste pillen nodig. Dit kan oplopen tot ruim dertig per dag. Therapietrouw is daarbij van cruciaal belang, want er moet voorkomen worden dat hiv resistent raakt voor HAART. De medische begeleiding verplaatst haar focus naar hulp bij sociale reïntegratie en het stimuleren van therapietrouw. Een andere gevolg van HAART is het vernieuwde testbeleid. Vanaf 1998 onderzoekt het ATHENA-cohort, later voortgezet in de Stichting HIV Monitoring, het effect van de versnelde toelating van HAART. Anno 2014 is het leven met HAART relatief eenvoudig. Een deel van de patiënten hoeft dagelijks zelfs maar één pil te slikken.

Toename soa's en hiv

In verschillende landen neemt vanaf 1996 het aantal soa’s toe. Zo ook in Nederland: in 1999 stijgt de infectieuze syfilis zelfs naar een niveau dat sinds 1990 niet meer bereikt is. Toch wordt kort daarna de aangifteplicht voor syfilis en gonorroe opgeheven. In 2001 neemt ook het aantal hiv-infecties toe, wat wijst op een toename van onveilig vrijen. Ton Coenen, directeur van de stichting (inmiddels Soa-stichting genaamd), zegt hierover: ‘Nu het virus langere tijd te onderdrukken is en mensen met hiv lange tijd heel behoorlijk kunnen leven, is de angst voor de ziekte minder, maar ze is nog steeds niet te genezen.’ In 2001 komt tevens de VN bijeen om afspraken te maken over een gezamelijke aanpak van hiv.

Soa-stichting met 'condobox'

Bloedbanken

De Nederlandse bloedbanken maken in 1997 plannen om hun beleid te verscherpen: alle mannen die ooit homoseksueel contact hebben gehad, worden defintief geweigerd als donor. Homo-organisatie COC dient hierop een klacht in bij de Commissie Gelijke Behandeling. Ook minister Borst is tegen; zij vindt de situatie onnodig discriminerend. Aidsonderzoeker Roel Coutinho is vóór: ‘Het belang dat de patiënt heeft bij veilig bloed weegt voor mij zwaarder dan het recht van homo's om donor te zijn. Zolang er geen test bestaat die met 100 procent zekerheid aantoont of het bloed veilig is, moeten we homo's uitsluiten van bloeddonaties.’ In 1998 stelt de Commissie Gelijke Behandeling de bloedbanken in het gelijk.

 

 

Veranderingen in Nederlandse soa-bestrijding

In 2000 bestaat het SOA-bulletin, het tijdschrift van de Soa-stichting, twintig jaar. Een terugblik leert dat soa’s vroeger gezien werden als ‘vieze geslachtsziekten van een kleine groep schuinsmarcheerders’. In 2000 is dit veranderd: ‘Nu wordt het algemene publiek van overheidswege in publiekscampagnes openlijk benaderd als één grote risicogroep,’ valt te lezen in het jubileumnummer. Tot slot melden de stichting en het Aids Fonds in 2003 dat de publieke taken van de twee organisaties zullen worden voortgezet onder de naam Soa Aids Nederland. Deze fusie belooft een kroon te worden op de integratie van de soa- en aidsbestrijding. Ondanks de introductie van HAART en inmiddels ook PEP, is de samenwerking hard nodig: het aantal hiv-geïnfecteerden wordt in 2003 geschat op 16.400.

Delen