1984-1993 Angst voor aids

AZT

AZT (zidovudine) is het eerste geneesmiddel (hiv-remmer) met bewezen werkzaamheid bij aidspatiënten. Het middel kan onder andere zorgen voor minder opportunistische infecties, het voorkomen van aidsdementie, verbetering van het klinische beeld, een toename van lichaamsgewicht en levensverlenging. In 1989 pleit men voor het direct beginnen met zidovudine-behandeling na het stellen van de diagnose aids. In 1990 adviseert de Gezondheidsraad om ook seropositieven zonder ziekteverschijnselen maar met een afnemende immuniteit te gaan behandelen met AZT.

In 1994 wordt ontdekt dat door behandeling met AZT de kans op hiv-overdracht van moeder op kind sterk wordt verkleind. Deze ontdekking maakt de reeks minimaal benodigde preventieve middelen voor overdracht compleet. Voor andere manieren van overdracht zijn er al condooms (overdracht via seks), schone naalden (overdracht via drugs) en beveiliging van donorbloed (overdracht via bloedtransfusie) beschikbaar.

Hoewel AZT in eerste instantie met veel enthousiasme wordt ontvangen, blijkt het middel niet alleen voordelen te kennen: de hiv-remmer veroorzaakt veel nare bijwerkingen. Ook blijkt bij monotherapie het effect van AZT beperkt van duur. De komst van AZT is wel degelijk van belang geweest, maar pas in combinatie met andere hiv-remmers zal het zijn effectiviteit bewijzen.

Delen