1974-1983 Een dodelijke infectieziekte

Voorlichting

Hoewel er wel degelijk voorlichting plaatsvindt over soa’s, is het overgrote deel van de Nederlandse seksuele voorlichting gericht op het voorkomen van ongewenste zwangerschap. Een verklaring hiervoor is het ontbreken van Nederlandse abortuswetgeving. In 1970 wordt al het eerste wetsvoorstel gedaan, maar pas in 1981 wordt abortus gelegaliseerd. In de tussentijd richt de overheid zich op het voorkomen van ongewenste (tiener)zwangerschappen. Naast het geven van seksuele educatie, wordt ook het gebruik van de anticonceptiepil gestimuleerd. Pas met de komst van aids worden soa’s op de kaart gezet als een belangrijk onderdeel van seksuele voorlichting.

De aandacht voor geboorteregeling heeft ook een keerzijde. Socioloog Evert Ketting herinnert zich Confrontatie ’80, een congres waarbij soa’s wél aandacht krijgen:

Het was een heel grote conferentie. Twaalfhonderd huisartsen zaten in de Jaarbeurs. En het was voor het eerst dat ik optrad met iemand die over soa’s ging praten. Ik dacht; wat krijgen we nou, daar heb ik me eigenlijk nooit mee bezig gehouden! Hij [professor Stolz] begon te praten over dat soa’s begonnen toe te nemen. Dat zag hij in de praktijk, op de kliniek van de Erasmus Universiteit.


Na afloop zegt professor Stolz het volgende tegen Evert Ketting: ‘Jullie hebben het allemaal mooi voor elkaar gekregen, maar wij zitten met de brokken.’ In zekere zin heeft hij gelijk. Het promoten van pilgebruik heeft het aantal ongewenste zwangerschappen doen afnemen, maar de soa’s nemen ondertussen toe.

Delen