1974-1983 Een dodelijke infectieziekte

Aids

In 1981 maakt het Amerikaanse Centres for Disease Control melding van een nieuwe ziekte onder Amerikaanse homoseksuelen. Toch bestond aids waarschijnlijk al in de jaren zestig en zeventig. Het is toen echter niet herkend als een nieuwe ziekte. Volgens wetenschappers is het virus via apen bij de mens terecht gekomen.

Na de melding van Centres for Disease Control denkt men in eerste instantie dat het gaat om een ‘homoziekte’ die zich verspreidt onder jonge mannen. Maar al snel worden ook spuitende drugsgebruikers, hemofiliepatiënten, heteroseksuelen en ontvangers van bloedtransfusies getroffen door de ziekte. Symptomen zijn moeheid, gewichtsverlies, diarree, koorts, opgezette lymfeklieren, algehele verzwakking en verminderde afweer. De ziekte leidt vrijwel altijd tot de dood.

Door de verminderde afweer zijn patiënten bevattelijk voor allerlei infecties en ziektes. Bijvoorbeeld Kaposi sarcoom, een zeldzame vorm van huidkanker. Normaal gesproken komt Kaposi sarcoom vooral voor bij oudere, verzwakte mensen. De negen aidspatiënten bij wie in 1981 deze vorm van kanker geconstateerd wordt, lijden allen aan een kwaadaardige vorm. Vijf patiënten overlijden binnen een half jaar, terwijl de levensverwachting bij Karposi normaliter acht tot dertien jaar is.

In 1984 zal in het bloed van patiënten hiv ontdekt worden.

Delen