1974-1983 Een dodelijke infectieziekte

1974 – 1983: Een dodelijke infectieziekte

In de jaren zeventig nemen soa’s, zoals geslachtsziekten inmiddels genoemd worden, in grote mate toe. Niet alleen in aantal, maar ook in verscheidenheid. Tevens verdwijnt de taboe op deze aandoeningen: het wordt steeds minder gek om een soa te hebben. De Nederlandse geslachtsziektebestrijding verplaatst haar focus dan ook van sociale naar medische hulp. Dankzij nieuwe voorzieningen kunnen patiënten zich snel en makkelijk laten genezen. Totdat een dodelijke infectieziekte zijn opwachting maakt.

Toename van geslachtsziekten

In het begin van de jaren zeventig stijgt het aantal syfilis en gonorroe patiënten. Ook steeds meer andere aandoeningen, zoals niet-specifieke urethritis en hepatitis, blijken overgebracht te worden via seksueel contact. In Engeland vormen syfilis en gonorroe zelfs nog maar een kwart van het totale aantal soa’s. In 1974 aanvaarden de zeventien lidstaten van de Raad van Europa een resolutie over The control of sexually transmitted diseases (STDs). De staten verplichten zich daarmee om elke vijf jaar te rapporteren over de getroffen maatregelen rondom soa’s.

Voorlichting over soa's

Gratis controle en behandeling bij de soa-poli op de Groenburgwal.
 

Aangifte en registratie

Vanaf 1 januari 1976 geldt in Nederland de verplichte aangifte van gonorroe en syfilis. Men hoopt met de aangifteplicht een goede landelijke registratie van soa’s te bereiken. Hoewel een commissie zich bezint op een nieuw model, wil de uitvoering ervan niet echt vlotten. Soa’s worden via allerlei verschillende systemen geregistreerd. Enkele jaren later worden er onder leiding van De Nederlandse Stichting tot Bestrijding der Geslachtsziekten nieuwe plannen gemaakt. Volgens deze plannen zullen de vier gehanteerde registratiesystemen vervangen worden door één samenhangend systeem. In 1980 wordt in NTvG de preventie en registratie voor mariniers besproken.

Medische voorzieningen

In de jaren zeventig verplaatst de focus van zedelijkheid en geheimzinnigheid naar ‘gewoon’ medische behandeling, zoals bij iedere andere ziekte. In 1976 subsidieert de overheid zeven nieuwe poliklinieken. Met name in Amsterdam worden de poliklinieken druk bezocht. Vaak moeten bezoekers zelfs in de rij staan om de poli binnen te komen. Veel Amsterdamse patiënten zeggen geïnfecteerd te zijn door aan heroïne verslaafde prostituees. Daarom organiseren sociaal verpleegkundigen vanaf 1979 een wekelijks spreekuur voor deze groep. In 1982, wanneer syfilis en gonorroe op hun hoogtepunt zijn, wordt er tijdens deze spreekuren bij 217 prostituees een totaal van 318 soa’s vastgesteld.

Seksuele voorlichting

Bron afbeelding

Kinderen krijgen seksuele voorlichting op school.

Voorlichting

Ook voorlichting kent een nuchtere, niet-emotionele benadering. In 1975 schenken de gedramatiseerde jongerenserie en het bijbehorende blad, beiden genaamd Tijdschrift, aandacht aan soa’s. De boodschap: ook al heb je nog zoveel informatie [over soa’s], je moet er ook iets mee durven doen. In 1981 richt ook de stichting zich tot jongeren. Dit doet zij met behulp van een grootschalige campagne, die valt onder de nationale gezondheidsmanifestatie Nederland Oké. Doel is om angst en schaamte weg te nemen, waardoor jongeren eerder hulp zullen zoeken.

Activiteiten van de stichting

In 1979 ondergaat de stichting een bestuurswisseling en besluit zij weer haar tijdschrift voor professionals uit te geven: ditmaal onder de titel Sexueel Overdraagbare Aandoeningen. Ook neemt zij in 1975 adviseur prof. dr. C.H. Beek aan, die zorgt voor meer aandacht voor het onderwerp ‘voorlichting’.

Herpes en Chlamydia

In 1981 worden er bij de GG en GD Amsterdam 218 gevallen van herpes geregistreerd. Nadat De Volkskrant in 1982 meldt dat één op de zeven volwassenen besmet is met het niet behandelbare herpesvirus, neemt de publieke verontrusting toe. Ook van chlamydia wordt (met name bij vrouwen) steeds vaker melding gemaakt. Gelukkig kan chlamydia wel goed behandeld worden.

Een dodelijke infectieziekte

Tussen oktober 1980 en mei 1981 krijgen vijf Amerikaanse homoseksuelen een zeldzame vorm van ernstige longontsteking. Ze zijn geïnfecteerd met de PCP-bacterie, die normaliter alleen verzwakte mensen treft. Ook hebben ze andere aandoeningen veroorzaakt door zeldzame micro-organismen. Enkele maanden later vertonen negen homoseksuele Amerikanen een zeldzame vorm van huidkanker. Alle patiënten lijken getroffen te zijn door een nieuwe ziekte, waarbij patiënten door een ernstig gestoorde afweer uiteindelijk overlijden. De ziekte verspreidt zich snel: in het najaar van 1981 wordt de 160e Amerikaan getroffen. In 1982 krijgt de ziekte de naam aids en worden ook in Nederland de eerste patiënten gemeld. Tijdens een internationale conferentie (1983) blijkt dat er in Zaïre een epidemie heerst, die verspreid wordt via heteroseksueel geslachtsverkeer. Vanaf dat moment kan niemand meer om de ernst van het probleem ‘aids’ heen.

Een van de eerste aidspatiënten

Aidspatiënten hebben zeldzame aandoeningen.
Delen