1944-1953 Het terugdringen van de epidemie

1944–1953: Het terugdringen van de epidemie

In de Hongerwinter stijgt het aantal geslachtsziekten tot ongekende hoogte. Bovendien wordt gonorroe moeilijker te genezen: gonokokken raken resistent tegen de behandeling met sulfapreparaten. Na de bevrijding doet men er daarom alles aan om het aantal geslachtsziekten terug te dringen. Maar welke aanpak is het best? De bestuursleden van Nederlandsche Vereeniging voor Zedelijke Volksgezondheid (Nederlandsche Vereeniging tot bestrijding der geslachtsziekten) kunnen het niet eens worden. Dit leidt zelfs tot een opsplitsing in twee verschillende stromingen.

Van Hongerwinter naar epidemie

Eind 1944 begint de Hongerwinter. Het aantal ‘gelegenheidsprostituees’, vrouwen die prostitueren voor een bijverdienste, neemt in deze barre nood toe. Daarnaast is er een gebrek aan ‘urethraspuitjes’. Mannelijke gonorroepatiënten kunnen daardoor hun zelfbehandeling niet meer uitvoeren. Ook de behandeling van vrouwen verloopt gebrekkig: gonokokken, de bacteriën die gonorroe veroorzaken, raken resistent voor sulfapreparaten. Tijdens de bevrijding telt de Utrechtse universiteitskliniek 31 vrouwen die niet genezen met de sulfapreparaten. Zij zullen pas genezen als penicilline beschikbaar komt. De geslachtsziekten nemen ondertussen nog steeds toe; in 1946 wordt er zelfs gesproken van een epidemie.

'Wondermiddel' penicilline

Penicilline blijkt in verschillende legers succesvol bij het behandelen van infecties. Daarom wordt de productie snel opgeschroefd. In 1946 produceert Amerika meer penicilline in een uur dan voorheen (1943) gedurende enkele maanden. Ook in Europa zullen drie penicillinefabrieken worden geïnstalleerd. Na de bevrijding kunnen Nederlandse gonorroepatiënten zich al snel laten behandelen met penicilline. Voor syfilispatiënten komt het middel pas rond 1950 beschikbaar. Mede door de komst van penicilline nemen de geslachtsziekten in Nederland af.

Penicilline in het Amerikaanse leger

Het leger na de bevrijding

Na de bevrijding verwacht men dat Nederland een van de bezettende machten in Duitsland kan worden. Voormalig hoofdofficier van gezondheid J.J. Louwerse waarschuwt voor de loerende gevaren: zowel ontrouwe soldaten als Nederlandse meisjes en echtgenoten kunnen tijdens verlofdagen besmet raken. Uiteindelijk wordt Nederland geen bezetter en blijkt de waarschuwing van Louwerse overbodig. In 1947 is de geslachtsziekten epidemie in ons leger over haar hoogtepunt heen. De vermindering van het aantal geslachtsziekten valt voor een belangrijk deel toe te schrijven aan propaganda- en voorlichtingsacties door het leger en het werk van adviesbureaus.

Vertrouwen in Nederlandse sociale hulp

De oorlog heeft op zedelijk gebied een ‘vernietigende’ invloed achtergelaten: seksuele remmingen zijn weggevallen en vrouwen van alle rangen en standen zoeken bewust het buitenechtelijk geslachtsverkeer op. Sociale hulp is daarom noodzakelijk. De burger moet ‘opgeheven worden uit de ernstige inzinking veroorzaakt door oorlogsomstandigheden’. Net als in andere landen ontplooit zich in Nederland het maatschappelijk werk. Dit verloopt zo succesvol, dat de WHO in 1951 Rotterdam aanwijst als internationaal  studiecentrum voor medische en sociale bestrijding der geslachtsziekten onder zeelieden.

Behandelingsboekje

In dit boekje wordt de behandeling van de geslachtsziekte bijgehouden.

Wel of geen dwang

In 1949 houdt de vereniging een openbare vergadering, gevolgd door een enquête onder leiders van adviesbureaus en sociaal werksters. Doel is om te ontdekken welke opvattingen er zijn over de Verordening houdende voorzieningen tegen verbreiding der geslachtsziekten. Het blijkt dat het merendeel van de betrokkenen vóór het handhaven van de dwangmaatregelen is. Toch wordt de verordening in 1952 opgeheven. Reden hiervoor is dat het aantal patiënten dusdanig is gedaald, dat dwang niet meer noodzakelijk is.

Interventie voor professionals

In 1953 wordt (voor zover bekend) de eerste grootschalige interventie voor professionals georganiseerd. De Rotterdamse stichting Centrale Organisatie ter bestrijding van huid- en geslachtsziekten verzorgt een Engelstalige trainingssessie voor havenartsen, laboratoriumwerkers en sociaal werksters. Onderdeel van de training is een aantal excursies naar internationale instellingen.

Onenigheid binnen de vereniging

Na de bevrijding wordt het bestuur van de vereniging het niet eens over de te volgen koers. De meningsverschillen zijn zo groot, dat er een tweedeling ontstaat. Een gedeelte richt zich op de sociaal-hygiënische en geneeskundige bestrijding, het andere gedeelte neemt de seksuele hygiëne en seksuele moraal op zich. Ook het tijdschrift Sexueele Hygiëne verschijnt vanaf dat moment in serie A en serie B. In 1950 stopt het tijdschrift; door het tekort aan abonnees lopen de kosten te hoog op. Halverwege de jaren vijftig krijgt de vereniging geen subsidies meer en stopt zij met het ontplooien van activiteiten.

Sexueele Hygiëne serie A en B

Delen