1934-1943 Barre tijden

Geslachtsziektebestrijding houdt rekening met taboe

De heer B.J. Morschhäuser, leider van de Keulse geslachtsziektebestrijding, presenteert in 1935 de Keulse werkwijze. Het verslag van de bijeenkomst, gepubliceerd door Sexueele Hygiëne en NTvG, maakt duidelijk dat er een grote taboe rust op geslachtsziekten.

Zo doet men er in Keulen alles aan om geheimhouding van de geslachtsziekte te verzekeren. Brieven aan patiënten worden verstuurd in onopvallende enveloppen, die er elke keer anders uitzien en met de hand beschreven zijn. Het handschrift sluit aan bij het milieu waaruit de patiënt afkomstig is, om de illusie te wekken van familiecorrespondentie. Ook zijn er boden in dienst, die patiënten opsporen wanneer correspondentie te riskant is. In NTvG wordt de werkwijze van de Keulse boden als volgt omschreven:

Indien gevreesd wordt, dat (…) de correspondentie nog tot moeilijkheden aanleiding zou kunnen geven, wordt gebruik gemaakt van boden, die zich voordoen als beambten van den woningdienst, sociale verzekeringen, Jugendamt en dergelijke instellingen. Deze boden zijn hiertoe van alle mogelijke identiteitsbewijzen voorzien en slagen er steeds wel in met de patiënten op onopvallende wijze in contact te komen.

Ook in Nederland vindt dit soort voorzichtige opsporing plaats. Het is de taak van maatschappelijk werksters. NTvG omschrijft dit als volgt:

Blijft een patiënt weg en acht de geneesheer opsporing gewenscht, dan begint het moeilijkste deel van de sociale taak. (…) Hierbij moet groote omzichtigheid en tact worden betracht: bezoeken van een maatschappelijke werkster aan kosthuizen van zeelieden, bars en dancings trekken allicht ongewenschte belangstelling.

Anno 2014 vindt nog steeds opsporing plaats, nu onder de noemer 'partnerwaarschuwing' of 'partner management'. Richtlijnen voor partnerwaarschuwing staan vermeld in het RIVM draaiboek.