1934-1943 Barre tijden

1934-1943: Barre tijden

De jaren dertig vormen een ‘stilte voor de storm’: het aantal geslachtsziekten vermindert en de ‘sociale bestrijding’ werpt haar vruchten af. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verloopt de strijd tegen geslachtsziekten echter moeizaam. Slechts een deel van de militairen wordt bereikt en vrouwen lopen het gevaar om voor ‘soldatenslet’ aangezien te worden. Ook in Indië ondervindt de geslachtsziektebestrijding moeilijkheden. Gelukkig is er ook zicht op een aantal medische lichtpuntjes.

Twintig jaar geslachtsziektebestrijding

1934 kenmerkt het twintigjarig jubileum van de Nederlandsche Vereeniging voor Zedelijke Volksgezondheid (Nederlandsche Vereeniging tot bestrijding der geslachtsziekten). Zij blikt terug met de volgende woorden: ‘Moge de toekomst leeren, dat deze eerste periode van 20 jaren bestrijding der geslachtsziekten een principieel juisten en technisch goed geconstrueerden grondslag heeft gevestigd, waarop voortbouwende men de ellende der geslachtsziekten zal doen afnemen zonder schade voor de sexueele moraal.’

Stilte voor de storm

Het gaat goed met onze geslachtsziektebestrijding. Zo komen er richtlijnen voor de sociale bestrijding van geslachtsziekten. Ook laat Nederland zich inspireren door internationale werkwijzen. In 1935 doet de heer B.J. Morschhäuser bijvoorbeeld verslag van de manier waarop men in Keulen geslachtziekten bestrijdt. Vermoedelijk dankzij onze sociale bestrijding, telt Nederland beduidend minder geslachtsziekten dan de landen Duitsland, Denemarken en Frankrijk. In 1938 worden bij het Academisch Ziekenhuis in Groningen maar twee nieuwe gevallen van syfilis aangemeld. In 1944 zal dit aantal stijgen naar 344. De jaren dertig lijken daarmee een stilte voor de storm.

Nieuwe syfilis in Groningen

Geslachtsziekten in Nederlands-Indië

Aan het eind van de jaren dertig klinken er zorgwekkende berichten vanuit Nederlands-Indië. Zo meldt huisarts P.J. van Putte in NTvG (p. 3707 en verder): ‘In het Oosten hebben de prostituées nog veel minder begrip van hygiëne dan die in Noord-West Europa; het percentage geslachtszieke prostituées zal mijns inziens de 100 pCt. niet veel ontloopen.’ Ook blijkt dat matrozen en soldaten zich aan behandeling bij de geneeskundige dienst onttrekken. In Indië moeten mariniers namelijk betalen wanneer voor hun behandeling een ziekenhuisopname nodig blijkt. Daarom laat een aantal patiënten zich niet bij de marine, maar elders behandelen.

Eind van het vrije systeem

In 1940 vallen de Duitsers Nederland binnen. De vereniging vraagt zich af of de vrijwillige behandeling in tijden van oorlog nog afdoende is; zij ziet graag dat de overheid dwingend kan optreden. Veel discussie hierover is echter niet nodig, want de Duitse bezetters kondigen het Besluit houdende voorzieningen tegen verbreiding van Geslachtsziekten af. Hoewel deze verordening inderdaad optreden van de overheid toestaat, staan de Nederlandse geslachtsziektebestrijders niet volledig achter het besluit.

Nederlandse vrouwen en de bezetters

Barre nood tijdens de oorlog

In 1942 blijkt het wederom moeilijk om militairen te bereiken. In plaats van het voorlichtingsboekje De Geslachtsziekten aan militairen uit te delen, besluit de legercommandant om het boekje te gebruiken bij een voordracht. De voordracht beslaat meerdere onderwerpen, waarvan ‘geslachtsziekten’ er slechts één is. Naast militairen, vormen ook vrouwen een risicogroep. Medisch Contact waarschuwt hen in een open brief voor de grootschalige jacht van de bezetter op ‘soldatensletten’.  

Medische lichtpuntjes

Toch zijn er lichtpuntjes aan de horizon. Zo wordt gonorroe in 1937 (welliswaar tijdelijk) behandelbaar door de introductie van sulfapreparaten. Ook kan penicilline bacteriële geslachtsziekten genezen, zo blijkt in 1941. Dit middel zal echter pas na de oorlog beschikbaar komen voor burgers.     

Delen