Terug naar overzicht

Swingers in de spreekkamer, en nu?

18/12/2012

Praktijk

Foto: Dave Tacon / Polaris / Hollandse Hoogte

Binnen de soa-zorg lijkt een blinde vlek te bestaan voor swingers. In de vakliteratuur worden swingers amper benoemd en wetenschappelijk onderzoek is vrijwel niet te vinden. De meest ervaren soa-bestrijders hebben nog veel vragen en worden zelfs tijdens presentaties over deze groep op (inter)nationale congressen vaak wat onrustig en giechelig. Sinds ons onderzoek naar swingers en soa wordt ons vaak de volgende vragen gesteld: Swingers, wat voor mensen zijn dat? Is het een risicogroep? Zijn ze anders dan andere heteroseksuelen met wisselende contacten? Behoeven zij extra aandacht en hoe moet die er uit zien?  Ook hulpverleners weten niet goed wat ze met deze groep aan moeten. Zoals een huisarts in opleiding tijdens een workshop aangaf: “Ik vind het maar niks en zeg gewoon dat ze dom bezig zijn: ze vragen om een soa en moeten stoppen met dit gedrag.” Anderen keken vragend: is dit de juiste manier om swingers te benaderen?

In dit artikel hopen we antwoord te geven op deze vragen en handvatten te geven voor de praktijk. De data zijn gebaseerd op semigestructureerde interviews en focusgroepen met swingers en de eerste meting over 108 swingers in een lopend cohortonderzoek bij het centrum voor seksuele gezondheid van de GGD Zuid Limburg, de zogenaamde SWAP (Swingers World Attitudes and Practices) studie. In deze studie wordt elke 6 maanden vragenlijsten afgenomen over algemene kenmerken, seksueel en ander risicogedrag en soa gecombineerd met netwerkvragenlijsten waarin vragen worden gesteld over de sekspartners. Alle deelnemers worden elke 6 maanden getest op chlamydia en gonorroe, hiv, syfilis en hepatitis B.

Wie en wat zijn swingers? Swingers zijn heteroseksuele stellen die als stel samen seks hebben met anderen, dit kunnen ook vrijgezellen zijn. Swingers vormen een seksuele subcultuur1 die al lang bestaat en in vele landen ter wereld voorkomt ook in veel niet-westerse landen als Kenia, Zuid-Afrika, Indonesië etc.  De swingers subcultuur wordt gevormd door locaties waar swingers hun sekspartners vinden: speciale websites, clubs en feesten. Swingers hebben hun eigen seksuele normen, terminologie en gebruiken. Het is bovendien een verborgen en gestigmatiseerde subcultuur: swingers komen er niet makkelijk voor uit dat ze swingen, omdat ze bang zijn voor negatieve reacties van anderen, zowel tegenover hen zelf als hun kinderen. Vaak vertellen ze hun huisarts niet dat ze swinger zijn en durven ze niet te vragen om een soa-test. Hierdoor is deze groep niet makkelijk te bereiken voor hulpverleners en onderzoekers en is er weinig onderzoek gedaan naar deze groep. Het is onbekend hoeveel swingers er zijn; in Engeland schat men dat er meer dan een miljoen zijn. Schattingen voor Nederland lopen uiteen van tienduizenden tot honderdduizenden.

Uit de SWAP studie blijkt dat swingers qua opleiding, sociale positie en kenmerken niet veel verschillen van de gemiddelde Nederlandse bevolking, ze zijn even hoog opgeleid en hebben vergelijkbare maatschappelijke posities. De gemiddelde swinger is ouder dan andere soa-poli clienten2; de gemiddelde leeftijd van swingers in onze onderzoeksgroep is 43 jaar.

Waarom zijn swingers anders dan andere heteroseksuelen met wisselende contacten? Een van de verschillen met andere heteroseksuelen met meerdere, vaak wisselende contacten is dat swingers in het algemeen samen met hun partner andere sekspartners zoeken binnen deze specifieke subcultuur. In de swingerssubcultuur is monogamie niet de norm, maar juist het hebben van meerdere partners. Een romantische relatie hebben ze met een vaste partner, maar seks is iets wat gedeeld kan worden met vele partners. De meeste swingers (93%) hebben een vaste partner en swingen met deze vaste partner. Er zijn echter ook “singles” in de swingerswereld, dit zijn meestal mensen zonder vaste partner (4%) of mensen waarvan de vaste partner niet swingt (2%).

Naast hun vaste partner hebben swingers verschillende type sekspartners, 4% procent heeft een gelegenheidspartner, dit is meestal een vriend of vriendin waar ze mee gaan swingen (omdat het goedkoper is als stel naar een club te gaan dan als single alleen, zeker single mannen betalen meestal meer entree geld of worden geweigerd).  In 6 maanden hebben swingers gemiddeld 12 (range 1-102) swingsekspartners, dit zijn sekspartners die ze via het swingen ontmoeten. Gemiddeld hebben ze met elk van deze swingsekspartners 2 keer seks in 6 maanden. Tien procent van de swingers heeft naast de vaste en swingsekspartners losse sekspartners die ze niet ontmoeten via het swingen en die geen deel uitmaken van de swingerssubcultuur.

De gemiddelde frequentie waarmee ze swingen is 10 (range 1-75) keer in 6 maanden.

Seksuele netwerken en concurrency. Voor de verspreiding van soa in een populatie is concurrency3, de overlap in tijd tussen sekspartners, een belangrijke factor, hoe meer concurrency hoe groter de kans op verspreiding. Concurrency wordt meestal uitgedrukt in het percentage seksrelaties dat elkaar overlapt in een bepaalde tijd op populatieniveau. Veel hetero’s met wisselende contacten zijn serieel monogaam, dat wil zeggen dat ze één sekspartner tegelijkertijd hebben en na het verbreken van die seksrelatie verder gaan naar een volgende. Het percentage overlappende relaties en de duur van de overlap is dan relatief laag. Swingers zijn per definitie concurrent in hun relaties4,5, omdat ze zowel een vaste partner hebben als meerdere andere sekspartners tegelijkertijd waarmee ze vaker seks hebben binnen een bepaalde tijdsperiode. Over een tijdsperiode van 6 maanden hebben swingers in gemiddeld 5 van de 6 maanden meerdere overlappende seksuele relaties.

Via de clubs en websites waar swingers elkaar ontmoeten, en door de grote mate van concurrency vormen swingers grote nauw met elkaar verbonden seksnetwerken van veel personen6. Door deze grote seksuele netwerken kunnen soa zich makkelijk verspreiden binnen deze populatie. Deze seksuele netwerken zijn een belangrijke factor waarin swingers verschillen van heteroseksuelen met wisselende partners.

Hoewel swingen vaak wordt geïnterpreteerd als partnerruil tussen twee stellen, zijn er vele verschillende vormen. Een grote groep (60%) neemt deel aan groepsseks (orgies) waarvan 35% dit met 4 of meer personen tegelijk doet. Welke extra invloed groepsseks heeft op de verspreiding van soa is nog weinig bekend.

Seksueel risicogedrag en soa. Uit de vragenlijst blijkt dat 43% van de swingers ooit een soa had en 14% had tijdens de soa-test een chlamydia en/of gonorroe. Binnen de onderzoeksgroep kwam geen hiv of syfilis voor. Binnen het centrum voor seksuele gezondheid zijn wel enkele dragers van het hepatitis B virus of hiv virus binnen de swingerspopulatie bekend.

Hoewel swingers zich buiten de swingerswereld over het algemeen identificeren als heteroseksueel is in hun subcultuur seks met iemand van hetzelfde geslacht zeker voor vrouwen heel normaal: 87% van de vrouwen heeft seks met vrouwen en 23% van de mannen met mannen. De meeste swingers (86%) hebben vaginale of anale seks met hun swingpartners. Hierbij gebruikt 58% altijd een condoom. Bij orale seks wordt echter zelden tot nooit een condoom gebruikt. Speeltjes worden veel gebruikt (64,%) en gedeeld, zeker op thuisfeestjes.

Drugsgebruik. Veel swingers (76%) zijn wappers. Wappen is een term die swingers zelf gebruiken en betekent het innemen van (party)drugs tijdens het swingen. Wappers gebruiken vooral: XTC (69%), GHB (63%) , amfetamine (26%), ballonnetjes met lachgas (53%), hasj (55%), ketamine (18%) en poppers (67%). Veel wappers (94%) gebruiken combinaties van drugs. De meest voorkomende combinatie is XTC-GHB. Van alle swingers gebruikt 51% (84% mannen en 16% vrouwen) een erectiepil tijdens het swingen, vaak in combinatie met drugs. Onder invloed van deze middelen hebben ze vaak langdurig seks met wisselende partners.

Conclusie: swingers vormen een risicogroep voor soa. Swingers hebben veel wisselende partners binnen een groot seksnetwerk en een aparte seksuele subcultuur. Met deze partners hebben ze vaak onveilige seks. Daarbij leiden de normen van deze subcultuur tot veel soa-gerelateerd risicogedrag, zoals gebruik van drugs, erectiemiddelen en onveilige seks. De kans op transmissie van een soa is hierdoor groot, zowel voor de individuele swinger als binnen het netwerk. Swingers vormen dus een risicogroep voor soa.

In zowel soa-bestrijding als eerstelijns zorg zou daarom meer aandacht moeten zijn voor deze risicogroep. Het is daarbij belangrijk dat de zorgverlener niet zoals de eerder genoemde huisarts in opleiding stigmatiseert maar swingers met een professionele, niet-veroordelende houding ten aanzien van keuzes in seksueel gedrag benadert.

Met dank aan het team Centrum voor Seksuele Gezondheid GGD Zuid Limburg.

1.Niekamp A-M., Dukers-Muijrers, N.H.T.M., Hoebe, C.J.P.A., 2009. Swingers, a hidden sexual culture at risk for STD. Paper presented at the International Conference of the Society for Medical Anthropology, September 24-27, Yale University, USA.

2.Dukers-Muijrers, N.H.T.M., Niekamp, A-M., Brouwers, E.E.H.G., Hoebe, C.J.P.A., 2010. Older and swinging; need to identify hidden and emerging risk groups at STI clinics. Sexually Transmitted Infections 86, 315-317.

3.Morris, M., Kretzschmar, M., 1997. Concurrent partnerships and the spread of HIV. AIDS 11, 641-648.

4.Niekamp, A-M., Hoebe, C.J.P.A., Spauwen, L.W.L., Dukers-Muijrers, N.H.T.M., 2011. Concurrent Sexual Partnerships and Group Sex as Determinants of STI within Sexual Networks of Swingers. Paper presented at the ISSTDR Conference, July 10-13, Quebec, Canada. 5.Niekamp, A-M., Hoebe, C.J.P.A., Spauwen, L.W.L., Dukers-Muijrers, N.H.T.M., 2012 Concurrent Sex Partner Relations within Sexual Networks of Swingers. Paper presented at the International Sunbelt Social Network Conference, March 12-18, Los Angeles, USA. 6.Niekamp, A-M., Hoebe, C.J.P.A., Mercken, L.A.G, Dukers-Muijrers, N.H.T.M. in press. A sexual affiliation network of swingers, heterosexuals practicing risk behaviour related to sexually transmitted infections: a two-mode approach.

Delen

Alle SekSoa Magazine artikelen zijn terug te vinden in ons archief

Bekijk archief