Bijblijven?

In onze nieuwsbrief voor professionals vind je actuele ontwikkelingen, tools voor jouw werkveld, praktijkverhalen en tips voor trainingen.

Meld je aan
Terug naar overzicht

Seksueel overdraagbare aandoeningen in Nederland in 2015, jaarcijfers RIVM

24/06/2016

Onderzoek

Het aantal mensen dat zich voor een soa laat testen bij een Centrum Seksuele Gezondheid (CSG)  is, na een jarenlange stijging, in 2015 gedaald. Het percentage bezoekers bij wie daadwerkelijk een soa werd vastgesteld, is juist verder toegenomen, tot 17,2 procent. Chlamydia blijft de meest voorkomende soa. Dit blijkt uit het RIVM-jaarrapport ‘Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2015’, waarin de landelijke surveillance cijfers van de CSG gepresenteerd worden, evenals andere registratiebronnen met betrekking tot soa en/of hiv (zoals huisartsendata)[1]. De belangrijkste bevindingen uit het soa/hiv jaarrapport van 2015 worden in dit artikel samengevat. 

Soa consulten

In 2015 werden in totaal 136.347 soa-consulten uitgevoerd bij een CSG, een daling van 3,4% ten opzichte van 2014. De afname was het grootst bij heteroseksuele mannen (-13%), minder sterk bij vrouwen (-6%), terwijl het aantal consulten bij MSM bleef stijgen (+15%). Dat er minder consulten zijn geweest komt onder andere omdat er in 2015 een financieel maximum is ingesteld aan het aantal consulten dat kan worden afgehandeld. Bij de CSG kunnen mensen die, volgens een landelijk afgestemd triagesysteem, tot hoogrisicogroepen behoren, zich kosteloos op soa laten testen. Tot deze hoogrisicogroepen behoren onder andere mannen die seks hebben met mannen (MSM; 25% van de consulten in 2015), mensen afkomstig uit soa/hiv-endemische gebieden (25% van de consulten in 2015) en jongeren tot 25 jaar (52% van de consulten in 2015). Landelijk komen de meeste soa-vragen terecht bij de huisarts: in 2014 waren er, naar schatting, 270.000 soa-gerelateerde episodes (data uit 2015 zijn nog niet beschikbaar). Ook hier is een dalende trend te zien; in 2013 werd het aantal op 290.000 geschat.

Stijging percentages soa’s

Het percentage consulten op de CSG waarbij één of meerdere soa werden gediagnosticeerd (chlamydia, gonorroe, infectieuze syfilis, hepatitis B en/of hiv) steeg van 15,5% in 2014 naar 17,2 % in 2015 (Figuur 1). Een stijgende trend in het percentage positieve testen werd bij vrouwen en heteroseksuele mannen gezien. Bij MSM was het percentage gevonden soa het hoogst (20.9%), maar dit is wel stabiel ten opzichte van andere jaren. De meeste soa’s werden vastgesteld bij hiv-positieve MSM (34% soa-positief) en bij personen met soa-gerelateerde klachten (23%). Partnerwaarschuwing speelt een belangrijke rol in het terugdringen van de transmissie van soa. Het aantal personen dat met deze interventie indicatie op consult komt stijgt vooral onder heteroseksuele mannen en MSM. Bijna een derde van hen (31%) heeft ook daadwerkelijk een soa. Ook jongeren onder de twintig jaar met een lagere opleiding en personen die voor een tweede keer in hetzelfde jaar op consult komen hebben vaker een soa.
Uit de gegevens van deze surveillance blijkt dat seksueel risicogedrag onverminderd hoog is, gezien het gerapporteerde condoomgebruik van CSG bezoekers. Van de bezoekers gaf 33% aan bij het laatste seksuele contact een condoom gebruikt te hebben als het contact met een losse partner was en 20% als het een vaste partner betrof.
De Leefstijlmonitor werd in 2015 voor het eerst gehouden onder een steekproef van Nederlandse bevolking. Hieruit bleek dat in de leeftijdsgroep van 16-29 jaar ca. 10% van de mannen en 17% van de vrouwen een soa test hadden gedaan in het voorgaande jaar .

Chlamydia

In 2015 is het aantal diagnoses van chlamydia met 5 procent gestegen naar 18.585 vergeleken met 2014. Het vindpercentage steeg van 12,6% in 2014 naar 13,7% in 2015. Bij heteroseksuele mannen is er een vrij sterke toename te zien in het percentage positieve testen (van 13,9 procent in 2014 naar 16,1 procent in 2015). Chlamydia wordt het meest gevonden bij vrouwen en heteroseksuele mannen onder de twintig jaar (21 procent) en bij mensen die hiervoor zijn gewaarschuwd (34 procent). Bij MSM is het percentage chlamydia al jaren stabiel op 10 procent. Het aantal chlamydia-diagnoses bij huisartsen was in 2014 geschat op 35.000.

Lymphogranuloma venereum (LGV), een agressieve variant van anale chlamydia die vooral bij hiv-geïnfecteerde MSM voorkomt, is in 2015 licht gestegen naar 179: het vindpercentage was 7,9% vergeleken met 7,7% in 2014.

Gonorroe

Het aantal gonorroe-diagnoses is met 17% gestegen naar 5.391 diagnoses. In 2015 was 4,0% van de gonorroe testen uitgevoerd bij de CSG positief. Deze soa werd vooral vaker gediagnosticeerd bij MSM (68% van de diagnoses): 10,7% testte positief (9,5% in 2014). Bij heteroseksuele mannen en vrouwen testte 1.9% en 1,6% positief; opvallend was een hoger vindpercentage bij de leeftijdsgroep boven de 40 jaar (3,4%). Een op de vijf gonorroe diagnoses is opgespoord na partner waarschuwing. Het geschatte aantal gonorroe episodes bij de huisarts liep terug tussen 2013 en 2014, zowel bij vrouwen als bij mannen (van 8.400 naar 6.700).

Tot nu toe is er in Nederland nog geen resistentie gerapporteerd voor ceftriaxon, het huidige eerste keuze antibioticum voor de behandeling van gonorroe. Monitoring van antibioticaresistentie bij gonorroe blijft van belang, zeker gezien de gerapporteerde resistentie tegen derde generatie cefalosporines in Europa. Bij minder dan de helft van de isolaten in 2015 werd een resistentie bepaling uitgevoerd (binnen het GRAS project), een daling ten opzichte van eerdere jaren.

Syfilis

Het aantal diagnoses van syfilis is in 2015 gestegen met 27 procent tot 942, waarvan 96% bij MSM. Het percentage met een syfilisinfectie steeg onder hiv-positieve MSM van 6,6% in 2014 naar 8,0% in 2015 en onder hiv-negatieve MSM van 1,6% naar 1,8% . Van alle MSM met syfilis was 22% gewaarschuwd voor syfilis en 40% bekend hiv-positief. Door het aangepaste testbeleid daalde het aantal syfilis testen bij vrouwen en heteroseksuele mannen in 2015 met 44% ten opzichte van 2014.

Hiv

Het aantal nieuwe hiv-diagnoses nam af met 11% bij de CSG (288 in 2015 versus 323 in 2014). Van deze diagnoses kwam 90% voor rekening van MSM. Het percentage nieuwe hiv-diagnoses bij MSM daalde van 3,0% in 2008 naar 0,9% in 2015. Bij heteroseksuele mannen en vrouwen bleef het vindpercentage lager dan 0,1%. Bij 28% van de nieuwe hiv-diagnoses bij MSM werd in hetzelfde consult ook een chlamydia-infectie gevonden, bij 20% een gonorroe-infectie en bij 7% een syfilis-infectie.

Het aantal hiv-patiënten dat bij de Nederlandse hiv-behandelcentra werd aangemeld daalde ook, van 1.311 in 2008 naar 1.033 in 2015. Eind 2014 waren in totaal 24.042 mensen met hiv in Nederland geregistreerd. Het percentage gediagnosticeerd met hiv dat laat in zorg kwam (<350 CD4-cellen/mm3 of aids) was lager voor MSM (39%) en voor vrouwen (42%) dan voor heteroseksuele mannen (68%).

Genitale wratten en genitale herpes

Het aantal diagnoses van genitale wratten bij de CSG was 2.000 in 2015 en het aantal diagnoses van genitale herpes was 428. Hierbij moet worden opgemerkt dat onderzoek naar genitale wratten en genitale herpes alleen op indicatie gebeurt, waardoor het aantal diagnoses niet vergelijkbaar is met die van bacteriële soa en hiv, waarop routinematig getest wordt. Het merendeel van de diagnoses voor genitale wratten en genitale herpes wordt gesteld bij de huisarts: hier waren naar schatting 37.800 diagnoses voor genitale wratten en 22.000 diagnoses voor genitale herpes in 2014. Er werden naar verhouding vaker genitale wratten bij mannen dan bij vrouwen gerapporteerd (55% versus 45%), terwijl genitale herpes vaker bij vrouwen werd gevonden (73%).

Hepatitis B en C

Bij de CSG werden 99 infectieuze hepatitis B diagnoses gesteld (acuut en chronisch) in 2015, in 2014 waren dit er nog 125. In het kader van de aangifteplicht, waarin meldingen zitten van de CSG maar ook van andere bronnen, werden 98 meldingen van acute hepatitis B gedaan in 2015; een afname van 31% vergeleken met 2014 (141 meldingen).

Het aantal meldingen van acute HCV is gestegen van 50 in 2014 naar 67 in 2015, waarvan 67% bij MSM. Bij de CSG werden 10 infectieuze hepatitis C infecties gevonden (9 bij MSM), bij 292 hepatitis C testen in 2015. Het aantal testen nam af met 71% ten opzichte van 2014 (997 testen), doordat de meeste CSG grotendeels gestopt zijn met het routinematig testen op hepatitis C bij bekend hiv-positieve MSM; deze groep wordt wel binnen de hiv-zorg jaarlijks op HCV getest.

In Nederland ontbreekt een nationaal registratiesysteem van mensen met hepatitis B en C, waardoor er slechts zeer beperkt inzicht is in prevalentie van (chronische en acute) virale hepatitis en percentages dat onder controle/in zorg is of behandeld wordt.

Conclusie

Het aantal soa consulten bij de CSG nam in 2015 af, maar het percentage consulten met diagnose van één of meerdere soa’s steeg, o.a. door de strengere triagering i.v.m. instelling van een financieel plafond op de regeling Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg (ASG). De CSG’s zijn bedoeld voor hoogrisicogroepen; het grootste deel van de soazorg wordt verstrekt door de huisarts. Partnerwaarschuwing speelt een belangrijke rol in het terugdringen van de transmissie van soa. Een intensieve soa-surveillance blijft essentieel om zicht te houden op opkomende soa, uitbraken en trends onder hoogrisicogroepen, maar ook het zorgzoekgedrag van groepen met een lager seksueel risicogedrag dient in de gaten te worden gehouden (bv lager risico jongeren die kosten voor een soa-test bij de huisarts niet kunnen betalen; gebruik van online aangeboden testen). De incomplete registratie van hepatitis B en C en afname van systematisch kweken van gonorroe op resistentie zijn ook aandachtspunten. Verder is onderzoek nodig naar de stijging van de incidentie van gonorroe en syfilis (bij MSM) en het ontwikkelen van gerichte interventies om (eerder) opsporen van hiv-infecties te bewerkstelligen.

 

Lees de reactie van Soa Aids Nederland: www.soaaids.nl/nl/soa-bestrijding-nederland-hapert

 

[1] Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2015; RIVM jaarrapport, zie www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Wetenschappelijk/Rapporten

 

 

 

Delen

Alle SekSoa Magazine artikelen zijn terug te vinden in ons archief

Bekijk archief