Terug naar overzicht

Co-creatie als hulpmiddel in de ontwikkeling van de SoaSeksCheck: deel 2

28/05/2018

Interventieontwikkeling vindt idealiter plaats op basis van de behoeften van de doelgroep en andere betrokkenen. Op die manier zorg je voor een optimale aansluiting van de interventie op de behoeften van de doelgroep. Hoewel je aannames kunt doen vanuit de literatuur en gezond verstand, komen er vaak verrassende dingen uit als je de doelgroep daadwerkelijk betrekt. Centrale vragen daarbij zijn wanneer de interventie nuttig, bruikbaar en aantrekkelijk is vanuit het oogpunt van de doelgroep1. Hiermee kun je het risico reduceren dat je de plank misslaat en het ontwikkelproces opnieuw moet doen.

Onderzoek

Auteur(s): Nicole van Kesteren, Kim Kranenborg, Sjoerd van Dijk, Meike van ’t Hof en Pepijn van Empelen

Co-creatie is een belangrijk hulpmiddel voor doelgroepparticipatie tijdens interventieontwikkeling. Een methode aan de hand waarvan co-creatie praktisch vorm gegeven kan worden is ‘user-centered design’ (UCD) 1. UCD is een systematische aanpak die gehanteerd wordt om productontwikkeling af te stemmen op de diverse gebruikersgroepen. Daarbij worden de volgende fasen onderscheiden: (1) analyse (verkennen van behoeften en aandachtspunten van gebruikers), (2) design (functioneel, conceptueel, interactie en visueel ontwerp) en (3) prototype (testen van de interventiestrategie en gebruiksvriendelijkheid)2. Maar op welke manier pas je de methode UCD toe en hoe betrek je jongeren en andere stakeholders als het gaat om de ontwikkeling van een online soa-risicoinschattings- en afsprakenmodule, de SoaSeksCheck (SSC) voor jongeren? In het eerste deel van dit tweeluik hebben we de methode UCD toegelicht, als ook de fasen die binnen deze methode onderscheiden worden. Vervolgens hebben we beschreven hoe we de eerste fase (de analysefase) van de methode UCD concreet hebben vormgegeven en op wat voor manier jongeren en andere stakeholders werden betrokken in het ontwikkelingsproces van de SSC. Ook kwamen de behoeften van de verschillende gebruikersgroepen aan de orde en de aandachtspunten zij noemden als het gaat om de ontwikkeling van de SSC.

In dit tweede deel beschrijven we hoe we de tweede en derde fase van de methode UCD (zie figuur 1) hebben ingevuld en welke gebruikersrichtlijnen deze fasen voor de ontwikkeling van de SSC opleverden. De SSC is een geautomatiseerde gesprekspartner, ook wel chatbot genoemd. In dit artikel beschrijven wij het ontwikkelingsproces van de SSC tot aan de lancering van de SSC in de pilotregio Rotterdam in mei 2015. Daarbij gaat de aandacht in eerste instantie uit naar de toepassing van UCD fase 2 en de gebruikersrichtlijnen die daaruit naar voren kwamen. Vervolgens beschrijven wij hoe deze gebruikersrichtlijnen vertaald werden in het definitieve ontwerp van de SSC en de testfase die daarop volgde (UCD fase 3). Tenslotte, gaan wij in op onze leerervaringen met het co-creatie proces en de methode UCD.

Lees hier deel 1 van ons onderzoek: https://www.soaaids.nl/nl/item/seksoa-article/co-creatie-als-hulpmiddel-...

 

User Centered Design fase 2: één creatieve focusgroep en ‘usability testing’

Op basis van de informatie en ondersteuningsbehoeften van de diverse gebruikersgroepen uit UCD fase 1, als ook de gebruikerscontext van de SSC, werd in de designfase (UCD fase 2) aanvullende informatie verzameld over de wensen en behoeften van de einddoelgroep ten aanzien van de conceptuele ontwikkeling van de SSC. Vervolgens werd het creatieve concept uitgewerkt en werden de algemene Look & Feel en schermontwerpen vertaald in een klikbaar design. Omdat de SSC aan diende te sluiten bij sense.info, werd de huisstijl van sense.info aangehouden. Dit klikbare design werd door de doelgroep uitgetest, zodat bepaald kon worden of we op de goede weg waren.

Participanten
In de designfase werd één creatieve focusgroep (september 2014) afgenomen onder de einddoelgroep. Aan de creatieve focusgroep namen 12 jongeren (8 jongens en 4 meisjes) deel die werden geworven in het eigen netwerk van een opbouwwerker in Rotterdam. De jongeren waren tussen de 17 en 25 jaar oud en hadden een migratie- en/of cultureel gemengde achtergrond. De helft van deze jongeren gaf aan vmbo niveau 1 of 2 te volgen of te hebben afgerond. De andere helft gaf aan vmbo niveau 3 of 4 te volgen of te hebben afgerond. In aanvulling hierop werd één gebruikerstest (december 2014)  afgenomen in groepsverband onder 12 jongeren (6 jongens en 6 meisjes). Deze jongeren werden geworven op vmbo scholen door een medewerker van de GGD-Rotterdam Rijnmond (RR). Achtergrondkenmerken van deze jongeren waren vergelijkbaar met de jongeren die deelnamen aan de creatieve focusgroep. Voor deelname aan de creatieve focusgroep of de gebruikerstest kregen de jongeren een cadeaubon van 25 euro. De bijeenkomsten duurden gemiddeld twee uur.

Procedure en gehanteerde methodieken; van focusgroep naar testing

Creatieve focusgroep
Het doel van de creatieve focusgroep was om meer inzicht te krijgen in de gewenste ‘tone of voice’ en vormgeving van de SSC vanuit het perspectief van de einddoelgroep. Een aanvullend doel was om samen met de einddoelgroep te bepalen hoe de SSC het beste onder hun aandacht kon worden gebracht. De creatieve focusgroep bestond uit drie delen. Ten eerste, werd ingegaan op het online zoekgedrag van jongeren met betrekking tot seks en soa’s en hun gebruik van ‘devices’ en platforms. Ten tweede, werden hun behoeften geïnventariseerd met betrekking tot toonzetting, taalgebruik, schermontwerp en stijl van de SCC-chatgesprekken en de agendamodule. Daarbij kregen jongeren een aantal slides (‘A/B/n testing’3) te zien van verschillende tekstuele en grafische elementen waarbij zij met rode en groene bordjes aan konden geven of zij iets mooi/gewenst dan wel niet mooi/niet gewenst vonden. Ten derde, werden de jongeren verdeeld in groepjes van 3 tot 4 jongeren met de opdracht een ‘mood board’ te maken als leidraad voor de promotie van de SSC.

Usability testing
Het doel van de gebruikerstest was om het klikbare design van de SSC op gebruikersvriendelijkheid te testen. Daarbij werd niet alleen gekeken of het idee goed was uitgewerkt, maar was het doel eveneens om een aantal concrete verbeterpunten te inventariseren ten aanzien van de begrijpelijkheid, flow en indeling van de informatie en de wijze waarop de SSC gebruikt wordt. Om de test goed te laten verlopen kregen de  jongeren allemaal een A4 met uitleg en werd gebruik gemaakt van scenario’s en een vragenlijst.  Een scenario betreft een beschrijving van de vraag en het doel waarmee een gebruiker op een website en biedt context aan de gebruikerstaak1. De jongeren kregen de opdracht om op basis van het scenario een conversatie te voeren met het klikbare model van de SSC (de online soa-risicoinschattingsmodule), waarna de jongeren werden doorgeleid naar de online agendamodule. Nadat alles was doorlopen werden de jongeren gevraagd een online vragenlijst in te vullen, met daarin vragen over het chatgesprek en de agendamodule. Alle jongeren kregen een unieke ID. De ID moest zowel in de chat ingevuld worden als in de vragenlijst. Op deze manier kon de chat worden gematcht met de antwoorden uit het formulier zodat de chat gericht inhoudelijk aangepast en verbeterd kon worden.

De scenario’s

  • Scenario 1: je bent een meisje van 17, je gebruikt geen anticonceptie en je hebt 1 week geleden onveilige seks gehad, je hebt nog geen klachten maar toch wil je voor de zekerheid weten of je niet per ongeluk een soa hebt opgelopen of misschien zelfs per ongeluk zwanger bent.
  • Scenario 2: je bent een jongen van 18, 14 dagen geleden heb je onveilige seks gehad, tot overmaat van ramp heb je ook nog eens klachten in de vorm van jeuk en een rode huid! Om te voorkomen dat je er blijvende schade aan overhoud of dat je anderen besmet wil je een SOA test laten doen.
  • Scenario 3: je bent een jongen of een meisje van 17 en je hebt altijd veilige seks, je hebt geen klachten maar omdat je al een poosje een vaste relatie hebt wil je zeker weten of je geen soa hebt zodat je ook zonder condoom seks kunt gaan hebben met je partner.
  • Scenario 4: je bent een jongen of een meisje van 18, je hebt altijd veilige seks gehad maar toch heb je al een paar weken last van een paar rare klachten zoals jeuk en pijn bij het plassen, je wil voor de zekerheid weten of je toch niet iets van een SOA hebt opgelopen.

 

Resultaten

Creatieve focusgroep
Over hun online zoekgedrag met betrekking tot seks en soa’s gaven de jongeren aan dat zij meestal pas gericht informatie op het internet (gaan) zoeken als er klachten ontstaan na seks. Google was de meest genoemde informatiebron. Ten aanzien van de zoekresultatenpagina’s zeiden de jongeren vooral de eerste pagina te bekijken, waarvan specifiek de eerste drie zoekresultaten. Daarom was het, volgens de jongeren, van groot belang dat de SSC hoog eindigt in de Google zoekresultaten wil deze online vindbaar zijn. In aanvulling hierop gaven jongeren aan dat zij bij hun zoektocht op het internet (thuis, op school of in de bibliotheek) vooral gebruik maken van een telefoon en een desktop. Daarom vonden zij het belangrijk dat de SSC zowel op een mobiele telefoon als computer toegankelijk is. Over de ontwikkeling van de SSC zei het merendeel van de jongeren communiceren met een chatbot (een geautomatiseerde gesprekspartner) prettig te vinden ‘omdat je dan langer kan nadenken over wat je wilt zeggen’. Voorwaarden waren wel dat de chatbot de juiste antwoorden geeft en niet te geautomatiseerd overkomt. In aanvulling hierop werden de volgende gebruikerseisen genoemd: 1) de soa-risicocheck mag niet teveel vragen bevatten, de vragen moeten makkelijk te beantwoorden zijn en moeten snel kunnen worden doorlopen; 2) de uitslag van de soa-risicocheck moet kort en krachtig zijn; 3) bij een positieve testuitslag moet meteen doorgeklikt kunnen worden naar de agendamodule, zodat een afspraak snel en makkelijk gemaakt kan worden; en 4) de jongeren ontvangen graag een herinnering aan de afspraak per sms, zonder dat de naam van de afzender wordt genoemd. Tenslotte, over de promotie van de SSC benadrukten de jongens vooral het belang van anonimiteit in de communicatie en een eenduidige testuitslag (‘heb ik wel of geen risico gelopen op een soa’). Hoewel het belang van anonimiteit in de communicatie ook door meisjes werd benadrukt, vonden zij het vooral belangrijk dat er ook aanvullende informatie over seks en relatiegerelateerde onderwerpen zou worden opgenomen, zoals maagd zijn, anticonceptie en zwangerschap.

Usability testing
Op basis van de gebruikerstest werden we de volgende concrete verbeterpunten voor de SSC geformuleerd:

  • Aanvullende informatie en begripsverheldering: de jongeren gaven aan de soa-risicoinschattingsmodule in de huidige vorm te beperkt te vinden omdat deze alleen een risico-inschatting bevatte en nauwelijks feedback, voornamelijk: “Je hebt risico gelopen, maak een afspraak”. Enerzijds zeiden de jongeren behoefte te hebben aan meer informatie over seksuele gezondheid, bijvoorbeeld over hoe je seksualiteit en gerelateerde onderwerpen bespreekt met je partner. Daarbij vonden de jongeren een link naar relevante informatie een goede oplossingsstrategie. Anderzijds gaven de jongeren aan dat bepaalde begrippen, zoals veilig vrijen en soa’s, verduidelijkt dienden te worden. Met betrekking tot de online afsprakenmodule gaven de jongeren aan vooral praktische informatie te missen, onder andere over hoe je een afspraak met de huisarts en hoe een soa-test in zijn werk gaat.  
  • Mogelijkheden voor persoonlijk contact: de jongeren gaven aan behoefte te hebben aan de mogelijkheid voor persoonlijk contact. Sommigen wilden eerst met een verpleegkundige kunnen spreken of chatten voordat zij online een afspraak maken. Anderen wilden vooral aanvullende vragen kunnen stellen over seks en soa’s.
  • Verbetering vormgeving: de jongeren vonden de SSC er enigszins ‘blokkerig’ (te grote pixels) uitzien en daarmee onprofessioneel.
  • Logo GGD Rotterdam-Rijnmond (GGD-RR): de jongeren vonden het belangrijk dat het logo van de GGD-RR op de chatbot wordt geplaatst omdat dit de betrouwbaarheid van de chatbot vergroot.

In het algemeen merkten de jongeren op dat zij het als een voordeel ervoeren dat de chatbot anoniem en ‘onpersoonlijk’ is. Als keerzijde noemden zij dat dit de kans vergroot dat jongeren niet komen opdagen voor hun afspraak.

User Centered Design fase 3: prototype van de SSC

Het klikbare design van de SSC werd, op basis van de onderzoeksresultaten uit de eerste twee UCD fasen, doorontwikkeld tot een prototype van de (web)app, die vervolgens werd getest op gebruiksvriendelijkheid. De SSC kan via een iFrame worden geïmplementeerd in verschillende websites en bestaat uit:

  • een chatbot die jongeren door de online risicoinschattingsmodule leidt door middel van een dialoog op basis van de landelijke triage soa-screening (zie figuur 2, voor screenshots van de werking van de chatbot). De chatbot is eveneens uitgerust met een database van vragen en antwoorden over seksualiteit en seksuele gezondheid, waarbij doorgelinkt wordt naar sense.info of waar - als er andere vragen zijn - jongeren gebruik kunnen maken van de online real-life chat functie via Sense of de GGD Rotterdam. De inhoud van de chatbot is opgebouwd uit vragen en antwoorden die door middel van keywords getriggerd kunnen worden door de gebruiker. Deze keywords (content) worden beheerd door middel van een Knowledge Management Systeem (KMS). In het KMS zijn diverse zaken te beheren, zoals de welkomstboodschap van de SSC, maar er kunnen ook conversaties worden bekeken. In aanvulling hierop worden de vragen waar de chatbot geen antwoord op weet in het KMS opgeslagen in een zogenaamde no-match lijst. Deze lijst kan gebruikt worden om de chatbot ‘slimmer’ te maken; en
  • een online afsprakensysteem, met behulp waarvan  jongeren direct online een afspraak kunnen inplannen (zie figuur 3, voor screenshots van de werking van de agendamodule). De agendamodule is opgedeeld in 5 dagen en in diverse tijdssloten. Deze tijdssloten kunnen door middel van een back-end systeem worden ingevoerd door de GGD-RR. De gemaakte afspraken worden via email naar de jongere en naar de soa-poli gestuurd. Door de soa-poli worden de afspraken in de centrale agenda van het GGD gezet. De gemaakte afspraken zijn ook in een overzicht online te bekijken.

 

User Centered Design fase 3: usability testing en expert review   

Het prototype van de SSC werd op gebruikersvriendelijkheid getest onder de einddoelgroep en experts, waarbij het doel was na te gaan hoe de jongeren en experts de SSC ervoeren en waar verbetering mogelijk was. Op basis van de resultaten werd het prototype van de SSC aangepast en doorontwikkeld tot het definitieve ontwerp van de SSC. Dit definitieve ontwerp werd in mei 2015 voor pilotevaluatie van één jaar gelanceerd binnen de regio Rotterdam en is terug te vinden via:  https://soasekscheck.nl/. Een beschrijving van de resultaten van de pilotevaluatie valt buiten de scope van dit tweeluik.

Participanten

In de prototypefase werd de SSC gepretest onder 19 leerlingen (11 jongens en 8 meisjes) op mbo-niveau 1. Leerlingen werden geworven door docenten op mbo-scholen, die op hun beurt werden geworven door medewerkers van de GGD-RR. De gemiddelde leeftijd van de leerlingen was 18,3 jaar. De culturele achtergrond van de leerlingen was divers; van alle leerlingen gaven er slechts drie aan dat beide ouders in Nederland waren geboren. In aanvulling hierop vond een expertreview plaats onder 5 experts op het gebied van seksualiteit en e-health, werkzaam bij de GGD-RR en TNO.

Procedure en gehanteerde methodieken

Usability testing onder jongeren
Het doel van de gebruikerstest was om meer inzicht te krijgen in de gebruikersvriendelijkheid van de SSC. Daarbij ging de aandacht enerzijds uit naar het testen van de functionele werking (flows en interacties) van de SSC. Anderzijds werd de branding (visuele stijl en content) van de SSC getest. Daarbij werd gebruik gemaakt van ‘user walkthroughs’ en user satisfactie vragenlijsten en groepsdiscussies. De gebruikerstest bestond uit drie delen. Ten eerste, kregen de leerlingen dezelfde scenario’ s voorgelegd zoals beschreven in de designfase. Op basis hiervan werden ze gevraagd een conversatie voeren (te chatten) met de SSC, waarbij de online soa-risicoinschattingsmodule van de SSC werd doorlopen. Op basis van de chatgesprekken werd beoordeeld of: 1) de gesprekken hebben geleid tot de beoogde uitslag (advies volgens de triage); 2) de gesprekken goed liepen, dus of er geen verwarring ontstond tussen gebruiker en SSC; en 3) de chatbot overal antwoord op wist te geven. Ten tweede, werden de leerlingen gevraagd een online afspraak in te plannen voor een soa-test (dit betrof dus geen echte afspraak). Ten derde, werden de leerlingen gevraagd een online vragenformulier in te vullen. In de vragenlijst werden vragen gesteld over onder andere het gebruiksgemak, het taalgebruik van de SSC en de online agendamodule. Tevens werden leerlingen gevraagd naar hun leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en etnische achtergrond. De gebruikerstest duurde ongeveer 20 minuten, waarbij het doorlopen van de SSC (de soa-risicoinschattingscheck en de afsprakenmodule) ongeveer 10 minuten duurde, net als het invullen van de vragenlijst.

Expertreview
Het doel van de expertreview was om meer inzicht te krijgen in de gebruikersvriendelijkheid van de SSC. De experts werden gevraagd zich te verplaatsen in de rol van de SSC bezoeker (waarbij mannelijke experts zich inleefden in het jongensperspectief en de vrouwelijke experts in het meisjesperspectief) en de SSC te evalueren  op basis van visuele stijl,  content (inhoud, opbouw, taalgebruik en tekst) en navigatie. De experts werden zodanig over de verschillende paden van de SSC verdeeld, dat deze allemaal werden ‘bewandeld’.

Resultaten

‘Userwalk through’, vragenlijst en groepsdiscussies
In de afsluitende discussies lieten leerlingen zich positief uit over de SSC; zij vonden de SSC snel en gaven aan dat zij duidelijke informatie kregen in een korte tijd. Eveneens bleek uit de afsluitende discussies dat het merendeel van de leerlingen tevreden was over de wijze waarop de chatbot met hen communiceerde: kort, krachtig en geen moeilijke woorden. Leerlingen zeiden de teksten te hebben gelezen en begrepen en vonden de communicatie geloofwaardig. In aanvulling hierop waren de leerlingen positief over de afspraakmodule. In de vragenlijst werd de chatbot geëvalueerd met het cijfer 7,74; de afsprakenmodule kreeg het cijfer 7,42. Verbeterpunten betroffen het versimpelen en/of verkorten van (sommige) teksten in de chatbot en de afspraakplanner en het vergroten van de betrouwbaarheid. Dit laatste gebeurde door het aanpassen van de avatar van de SSC; leerlingen bleken een voorkeur te hebben voor een tekening van een blanke verpleegkundige met het Sense-logo op haar uniform. In aanvulling hierop werd het logo van de GGD-RR opvallend in beeld geplaatst. Daarnaast werden verschillende verbeterpunten genoemd wat betreft het uiterlijk van de SSC, onder andere ten aanzien van kleurgebruik. Tenslotte, bleek uit de gebruikerstest dat de SSC technisch goed functioneerde en niet vastliep. Desondanks snapte de SSC een aantal keer niet wat een leerling ‘vroeg’ (typte), waardoor de leerling uit de flow raakte. Deze incidenten werden verholpen. 

Expertreview
Op basis van de expertreview werd een aantal tekstuele wijzigingen doorgevoerd (zo werden sommige teksten ingekort, terwijl andere teksten werden toegevoegd) met als doel het gebruikersgemak te vergroten van de SSC. Ook werd een uitleg toegevoegd aan de online afsprakenmodule over het verloop van een soa-test. Daarnaast werd op basis van de feedback van de experts de stabiliteit van de SSC verbeterd.

Discussie

In dit tweeluik is beschreven hoe we invulling hebben gegeven aan de methode UCD en op wat voor manier we jongeren en andere stakeholders hebben betrokken bij het ontwikkelingsproces van de SSC. In de methode UCD onderscheiden we drie fasen om productontwikkeling af te stemmen op de behoeften van de diverse gebruikersgroepen. In de eerste fase (analyse) werd meer informatie verzameld over de behoeften en aandachtspunten van de verschillende gebruikersgroepen met betrekking tot de ontwikkeling van de SSC. In de tweede fase (design) werden specifieke gebruikerseisen van jongeren in kaart gebracht met betrekking tot het conceptuele ontwerp van de SSC en werd het klikbare design van de SSC getest op gebruikersvriendelijkheid. In de derde fase (prototype) werd het prototype van de SSC getest op gebruikersvriendelijkheid, onder zowel de einddoelgroep als onder experts, en doorontwikkeld tot het definitieve ontwerp van de SSC. Tijdens de toepassing van de methode UCD bleek dat jongeren, professionals en regionale en landelijke stakeholders positief stonden ten opzichte van de functionaliteiten van de SSC. Daarbij gaven jongeren specifiek aan dat zij communiceren met een chatbot prettig vinden. Kort en krachtig taalgebruik, een snelle doorloop, makkelijk een afspraak kunnen maken, herinnerd worden aan de gemaakte afspraak en een gegarandeerde anonimiteit bleken daarnaast eveneens van groot belang.

Een belangrijk voordeel van de toepassing van de methode UCD is dat tijdens het ontwerpproces gefundeerde beslissingen genomen kunnen worden over de ontwikkeling van een interventie. Zo wordt niet alleen informatie verzameld over de aannames wat het probleem veroorzaakt en waarom het een probleem is, maar ook over noodzakelijke aanpassingen in het ontwerp. Zo bleek bijvoorbeeld op basis van de ‘usability test’ in de designfase dat jongeren vonden dat sommige informatie te kort en bondig was en dat er te weinig informatie beschikbaar was over belangrijke onderwerpen op het gebied van de seksuele gezondheid. Op basis van deze resultaten werd de informatiestructuur bijgesteld.

Ook de toegepaste, ‘user-driven’ en ‘expert-driven’, evaluatiemethoden bleken te leiden tot waardevolle inzichten, die konden worden gebruikt als basis voor het (her)formuleren van gebruikerseisen ten aanzien de ontwikkeling van de SSC. Jongeren gaven aan vonden het leuk te vinden deel te nemen aan de creatieve focusgroepen en gebruikerstesten. Zij zeiden het te waarderen dat zij werden geraadpleegd en hadden het gevoel dat ze serieus genomen werden. Ook konden de jongeren goed met de gehanteerde evaluatiemethoden uit de voeten, op een enkele uitzondering daargelaten. Zo vonden de jongeren de persona’s die gebruikt werden in de analysefase te abstract en hadden moeite zich hierin te verplaatsen. Voor toekomstig gebruik verdient het vooral aanbeveling om de persona’s voldoende diepgang te geven4, om inleving te vergemakkelijken. Ook de toegepaste ‘expert-driven’ methoden leverden relevante informatie met name als het gaat om implementatie van de SSC.  

Tot slot is het aan te bevelen om het ontwikkelde product ook na lancering te blijven monitoren en evalueren (Welke routes worden vaak doorlopen? Waar loopt men vast?) om kinderziektes zo snel mogelijk te verhelpen en het product waar nodig bij te schaven.

Referenties

  1. Kreitzberg, C.B., Little, A. (2009). Useful, usable and desirable: usability as a core development competence. Geraadpleegd op 22 september 2017, http://msdn.microsoft.com/en-us/dd727512.aspx
  2. Cremers, A.H.M., Welbie, M., Kranenborg, K., Wittink, H. Deriving guidelines for designing interactive questionnaires for low literate persons. Development of a health assessment questionnaire. Geaccepteerd voor publicatie in: Universal Access in the Information Society.
  3. Hanington, B., Martin, B. Universal methods of design: 100 Ways to Research Complex Problems, Develop Innovative Ideas, and Design Effective Solutions; 2012. Rock port publishers ISBN: 078-1-59253-756-3.
  4. Van der Meer, S. (2014). Zo maak je levensechte persona’s zonder duur gebruikersonderzoek. Geraadpleegd op 22 september 2017, https://www.frankwatching.com/archive/2014/12/10/zo-maak-je-levensechte-personas-zonder-duur-gebruikersonderzoek/

 

Figuur 1: overzicht van het hele onderzoeksproces en de UCD-fasen

N.B. In dit tweede deel van het artikel gaat de aandacht uit naar UCD-fase 2 en 3.

Figuur 2: screenshots werking van de chatbot

1. De gebruiker start de conversatie met small-talk.

2. De gebruiker wil weten of hij een soa heeft.

3) De triage wordt gestart en de gebruiker beantwoordt de vragen.

4) De gebruiker kan door middel van typen de vragen beantwoorden.

5) In geval van een risico wordt de gebruiker uitgenodigd om de agenda te openen.

Figuur 3: screenshots werking van de afsprakenmodule

De online afspraken module wordt via de conversatie met de gebruiker gestart. De verschillende stappen en functionaliteiten worden hier onder beschreven en uitgelegd.

1) In de agendamodule kan de gebruiker kiezen online een afspraak te plannen, zelf te bellen of een verzoek indienen om te worden teruggebeld.

2) Indien een gebruiker een leeftijd intypt lager dan 16 of hoger dan 24 dan komt er een melding in beeld dat er contact opgenomen kan worden met een huisarts of sense.info.

3) Als de gebruiker niet uit de regio Rotterdam komt (dus een ander postcode gebied) dan wordt hij doorverwezen daar de sense module.

4) Middels dit scherm kan vervolgens een soa-poli gevonden worden.

5) Bij een postcode in de regio Rotterdam wordt de gebruiker naar de kalender doorverwezen.

6) Middels dit scherm kan vervolgens een datum en een tijd worden gekozen.

7) Na het controleren van de gegevens kan de gebruiker de afspraak definitief in het systeem zetten.

8) In het laatste scherm kan de gebruiker de afspraak details bekijken en de adresgegevens zien. Vervolgens kan hij ook de afspraak in de agenda van zijn telefoon zetten.

Over de auteurs

  • Nicole van Kesteren, TNO, Expertise groep Child Health, Leiden
  • Kim Kranenborg, TNO, Expertise groep Sustainable Productivity & Employability, Leiden
  • Sjoerd van Dijk, Ecreation, Woerden
  • Meike van ’t Hof, GGD Rotterdam-Rijnmond, Afdeling Infectieziektebestrijding, Rotterdam
  • Pepijn van Empelen, TNO, Expertise groep Child Health, Leiden

 

 

Delen

Alle SekSoa Magazine artikelen zijn terug te vinden in ons archief

Bekijk archief