Seks onder je 25ste

06/09/2012

Het seksuele gedrag en de seksuele gezond van jongeren in Nederland anno 2012

Graphics uit de publieksversie ‘102 vragen over jongeren en seks’ grafisch ontwerp: ECHT! Johan Manschot
Seks onder je 25e - onderzoek

In het Participatieve Actie Onderzoek Seks onder je 25ste uit 2012 zijn net als in 2005 opnieuw jongeren tussen de 12 en 25 jaar ondervraagd over hun seksuele gedrag en beleving. Dit onderzoek is uitgevoerd door Rutgers WPF en Soa Aids Nederland. Bijna 8000 jongeren vulden een digitale vragenlijst in met vragen over een breed scala van aan seksualiteit gerelateerde thema’s. Deze jongeren werden deels geworven via scholen voor voortgezet onderwijs en deels via de Gemeentelijke Basisadministraties. De belang-rijkste uitkomsten worden hier beschreven.

Over het algemeen verloopt de seksuele ontwikkeling hetzelfde als in 2005. De meeste jongeren bouwen hun seksuele ervaring stap voor stap op, van zoenen via voelen en strelen onder de kleren en vingeren en aftrekken naar geslachtsgemeenschap. Met 17,1 jaar heeft de helft van de jongeren, net als in 2005, wel eens geslachtsgemeenschap en/of orale seks gehad. Laag opgeleide jongeren doen gemiddeld eerder ervaring op met seks dan hun hoger opgeleide leeftijdsgenoten. Op het vmbo heeft bijvoorbeeld 22 procent van de leerlingen van 14 en 15 jaar wel eens geslachtsgemeenschap gehad. Datzelfde geldt voor zeven procent van hun leeftijdsgenoten op de havo en vwo. Met vrijwel alle vormen van seks hebben zowel Christelijke meisjes voor wie het geloof erg belangrijk is, als Islamitische meisjes van 12 tot en met 17 jaar minder ervaring dan niet of minder gelovige meisjes. Bij jongens speelt geloof nauwelijks een rol als het om seksuele ervaring gaat.

pil en condoom Het merendeel van de jongeren beschermt zich, net als in 2005, de eerste keer goed tegen zwangerschap en soa’s. Bij de eerste geslachtsgemeenschap gebruikte bijna driekwart van zowel de jongens als de meisjes een condoom en bij 50 procent van de jongens en 58 procent van de meisjes werd ook de pil of een andere anticonceptiemethode gebruikt. 34 procent van de jongens en 41 procent van de meisjes gebruikte zelfs beide methoden tegelijk (double Dutch). Met de laatste partner gebruikten vier van de vijf jongens en meisjes altijd anticonceptie bij geslachtsgemeenschap. 75 procent van de jongens en 84 procent van de meiden gebruikte de pil, 69 procent van de jongens en 57 procent van de meisjes gebruikte een condoom en 5 procent van de jongens en 8 procent van de meisjes gebruikte iets anders. 12 procent van de meisjes die wel eens geslachtsgemeenschap heeft gehad, gebruikte het afgelopen jaar een morning-after pil.
Een minderheid van de jongeren (45 procent van de jongens en 48 procent van de meisjes) heeft met de laatste sekspartner gesproken over manieren om soa’s te voorkomen voordat ze seks met elkaar hadden. De rest durfde dit niet, heeft hier niet aan gedacht of vond het niet nodig. Eén op de vijf jongens en één op de drie meisjes gebruikt aan het begin van de relatie condooms, maar slechts 22 procent van deze groep volgt het advies om dit minstens drie maanden te doen en 13 procent is zelfs al binnen een week gestopt. Bovendien geeft twee derde van deze jongeren aan dat ze zich bij het stoppen met condooms niet hebben laten testen op soa/hiv.

acceptatie homoseksualiteit laag Onder jongeren die wel eens geslachtsgemeenschap hebben gehad, heeft 15 procent van de jongens en 20 procent van de meiden zich het afgelopen jaar laten testen op soa of hiv. Bij jongens is dit percentage vergeleken met 2005 iets toegenomen. Jongeren die relatief veel risico lopen op soa/hiv, laten zich vaker testen dan jongeren die minder risico lopen. Onder jongeren met in totaal vier of meer verschillende sekspartners, heeft 25 procent van de jongens en 34 procent van de meisjes zich het laatste jaar laten testen. Dat geldt ook voor jongeren voor wie de laatste partner een losse partner was. Van de homo- en biseksuele jongens van 17 jaar en ouder liet 31 procent zich het afgelopen jaar testen, tegenover 14 procent van de heterojongens van deze leeftijd.

De leeftijd waarop jongens voor het eerst aan iemand vertellen dat ze op jongens vallen, is in zes jaar tijd gedaald van 17,8 jaar naar 16,6 jaar. Bij lesbische meisjes is die verschuiving niet significant en ligt de leeftijd op 15,9 jaar. De acceptatie van homoseksualiteit is echter nog steeds gering. Zo vinden bijna alle jongeren het goed als een jongen en een meisje elkaar zoenen op straat, maar keurt de helft van de jongens en een kwart van de meisjes het af als het twee jongens betreft. 16 procent van de jongens en een kwart van de meisjes keurt twee zoenende meisjes af. En als hun beste vriend of vriendin homo of lesbisch zou zijn? Dan zou 12 procent van de jongens en 3 procent van de meisjes een punt zetten achter de vriendschap. De hoge mate van homonegativiteit onder jongeren heeft zijn weerslag op homo- en biseksuele jongeren, vooral op jongens. Dertig procent van de homo- en biseksuele jongens zegt bijvoorbeeld dat ze liever niet homo zouden zijn. Bij lesbische en biseksuele meisjes is dat 10 procent.

grensoverschrijding Ondanks dat jongeren hun vaardigheden om grenzen aan te geven hoog inschatten, blijft de mate waarin jongeren grensoverschrijdend seksueel gedrag meemaken onverminderd hoog. 17 procent van de meisjes en vier procent van de jongens is wel eens gedwongen om seksuele handelingen te verrichten of toe te laten. Voor homo- of biseksuele jongens boven de zeventien jaar is dit 16 procent. 20 procent van de laag opgeleide meisjes is wel eens gedwongen om iets te doen op seksueel gebied, tegenover 13 procent van de hoog opgeleide meisjes. Bij jongens is dat respectievelijk zes procent en drie procent. Ruim zeven procent van de meisjes en bijna twee procent van de jongens heeft wel eens geslachtsgemeenschap gehad tegen haar of zijn wil. 30 procent van de jongens en 44 procent van de meisjes heeft wel eens iets gedaan op seksueel gebied waar ze achteraf spijt van hadden. Binnen deze groep zegt één op de drie dat dit gebeurd is omdat ze te veel alcohol gedronken hadden.

jonge starters lopen meer risico Jonge starters zijn jongeren voor wie de eerste geslachtsgemeenschap voor het 14de jaar plaatsvindt. Van alle 12- en 13-jarigen heeft drie procent wel eens geslachtsgemeenschap gehad. Deze kleine groep loopt bij seksuele contacten meer risico, vooral op grensoverschrijding, soa’s en ongeplande zwangerschap. Van de meisjes voor wie de eerste keer met 13 jaar of eerder plaatsvindt, wordt 33 procent hiertoe overgehaald of gedwongen. Jongens en meisjes van 12 tot en met 14 jaar zijn in seksuele interacties minder assertief en ze hebben minder controle en zelfvertrouwen dan oudere jongeren. Ruim een derde van de jongens en een kwart van de meisjes gebruikte geen anticonceptie wanneer de eerste keer voor het 14de jaar plaatsvond.

De eerste geslachtsgemeenschap komt voor veel jongeren (38 procent van de jongens en 31 procent van de meisjes) onverwacht. Slechts 15 procent van de jongens en 16 procent van de meisjes geeft aan dat ze wisten dat het die dag zou gebeuren. Wanneer de eerste geslachtsgemeenschap onverwacht komt, zijn jongeren hier vaak minder goed op voorbereid. Deze jongeren beschermen zich bijvoorbeeld minder goed tegen zwangerschap en soa’s en omschrijven de eerste keer vaker als ‘vervelend’ dan wanneer ze het wel zagen aankomen. Meisjes beoordelen de eerste geslachtsgemeenschap veel minder positief dan jongens.

Veel meisjes hebben last van seksuele problemen. Van de meisjes die wel eens gevingerd of afgetrokken hebben of verder zijn gegaan met een partner, ervaart 13 procent problemen met opwinding en heeft 11 procent regelmatig of vaker pijn tijdens het vrijen. Een kwart van de meisjes heeft er regelmatig of altijd last van dat ze niet klaarkomt en 17 procent van de meisjes heeft er regelmatig of vaker last van dat ze geen zin heeft in seks. Bij jongens varieert het voorkomen van deze problemen tussen de 2 procent en 6 procent. Jongens komen wel vaker te snel klaar naar hun zin: 19 procent heeft dit regelmatig of vaker, tegenover 5 procent van de meisjes.

van onderzoek naar actie De resultaten van het onderzoek zijn besproken met tientallen betrokken partijen. De resultaten zijn geduid, behoud- en verbeterpunten van seksuele gezondheid benoemd en aanbevelingen voor interventies en beleid geformuleerd. Alle input van de verschillende organisaties worden verwerkt in een actieplan voor de komende jaren. Door de Participatieve Actie Onderzoek aanpak is een grotere betrokkenheid van het veld bereikt, sluit het onderzoek beter aan op de behoeften van het veld en is de kans op implementatie van de onderzoeksresultaten en geplande activiteiten groter.

Het onderzoeksboek ‘Seks onder je 25e: Seksuele gezondheid van jongeren in Nederland anno 2012’ is te bestellen via www.rutgers.nl

De publiekversie van het onderzoek Seks onder je 25e 2012 is verkrijgbaar met de titel ‘102 vragen over jongeren en seks’. Bestellen: www.soaaids.nl

Delen