Terug naar overzicht

Het bereik van de soa-zorg verschilt tussen bevolkingsgroepen

07/03/2017

Onderzoek

Personen afkomstig uit een soa-endemisch land hebben een verhoogd risico op een soa. In twee recente studies is onderzocht in hoeverre zij gebruik maken van soa-zorg bij GGD Centra Seksuele Gezondheid (CSG) en de huisarts. Hieruit blijkt onder meer dat personen met een Turkse achtergrond minder gebruik maken van de soa-zorg, terwijl personen met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond meer gebruik maken van de soa-zorg. Personen met een Marokkaanse/Noord-Afrikaanse achtergrond maken evenveel gebruik van soa-zorg bij de huisarts als personen zonder migratie-achtergrond, maar maken weer minder gebruik van CSG.

 

Auteurs: Louise van Oeffelen, Petra Woestenberg, Birgit van Benthem en Ingrid van den Broek.

Centrum voor Infectieziektebestrijding, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Bilthoven.

 

Personen afkomstig uit een soa-endemisch land worden gezien als een groep met een verhoogd risico op het krijgen van een soa. In een soa-endemisch land komt duidelijk meer soa voor dan in Nederland. Tot de soa-endemische landen behoren alle landen in Oost-Europa, Afrika, Latijns-Amerika en Azië. In dit artikel bedoelen we met personen afkomstig uit een soa-endemisch land personen waarvan minstens één van de ouders in een soa-endemisch land is geboren.

 

Zij kunnen zonder eigen bijdrage terecht bij GGD Centra Seksuele Gezondheid (CSG) voor een soa-test en eventuele behandeling. Personen die niet afkomstig zijn uit een soa-endemisch land kunnen alleen gebruik maken van CSG wanneer zij jonger zijn dan 25 jaar of een andere risicofactor hebben voor een soa (bijvoorbeeld gewaarschuwd door een partner of het hebben van klachten). Naast CSG kan iedereen terecht bij de huisarts voor verzekerde soa-zorg. De kosten van de soa-test en eventuele behandeling gaan van het eigen risico af en worden daardoor meestal door de patiënt zelf betaald.

 

In dit artikel worden de resultaten van twee recent gepubliceerde studies samengevat, waarin het bereik van de soa-zorg bij CSG en de huisarts per bevolkingsgroep is bestudeerd. Bereik is gedefinieerd als de mate waarin inwoners gebruik maken van de soa-zorg. Het wordt uitgedrukt in het aantal consulten per 1.000 inwoners van een bevolkingsgroep per jaar.

 

Onderzoek bereik GGD Centra Seksuele Gezondheid

 

Sinds de introductie van CSG in Nederland worden de gegevens van patiënten anoniem geregistreerd in een landelijk dekkende database die gebruikt wordt voor surveillance- en onderzoeksdoeleinden. De landelijke soa-surveillance bij CSG laat zien dat personen afkomstig uit de meeste soa-endemische gebieden vaker een positieve soa-testuitslag hebben (een hoger ‘vindpercentage’) dan personen zonder migratie-achtergrond. 1 Om deze vindpercentages beter te kunnen interpreteren, is het van belang inzicht te krijgen in het bereik van CSG door de verschillende bevolkingsgroepen.

 

Het bereik van CSG werd onderzocht tussen 2011 en 2013 in de vier grote steden: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Alle CSG- consulten van 15-44-jarige inwoners van deze vier steden werden geselecteerd. Voor de analyses werden alleen consulten behouden van personen die de CSG in de eigen woonplaats bezochten. Deze consulten werden samengevoegd met de inwonersaantallen per bevolkingsgroep aangeleverd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Bereik CSG verschilt sterk: personen met een Latijns-Amerikaanse achtergrond maken hier het meeste gebruik van

Uit de resultaten blijkt dat er een grote variatie is in het bereik van CSG tussen bevolkingsgroepen (tabel 1). Het aantal CSG-consulten per 1.000 inwoners per jaar varieerde van 9,6 bij personen met een Turkse achtergrond tot 82,3 bij personen met een Latijns-Amerikaanse achtergrond. Personen met een Turkse, Noord-Afrikaanse en Aziatische achtergrond hadden een lager bereik dan personen zonder migratie-achtergrond (respectievelijk 3,4;  2,3 en 1,6 keer lager), terwijl personen met een Oost-Europese, Sub-Sahara Afrikaanse, Surinaamse, Antilliaanse/Arubaanse en Latijns-Amerikaanse achtergrond een hoger bereik hadden (respectievelijk 1,3;  1,4; 1,3; 1,6 en 2,3 keer hoger). De soa-vindpercentages waren voor alle personen met een migratie-achtergrond hoger dan voor personen zonder migratie-achtergrond. Dit varieerde van 1,2 keer hoger bij personen met een Noord-Afrikaanse achtergrond tot 1,8 keer hoger bij personen met een Antilliaanse/Arubaanse achtergrond.

 

Tabel 1: verschil tussen bevolkingsgroepen in het bereik van CSG in de periode 2011-2013 in de vier grote steden. 

Bevolkingsgroep

Aantal

personen

in GBA

per jaar*

Aantal CSG-

consulten

per jaar*

Aantal CSG-

consulten

per 1.000

inwoners

per jaar

Relatief

Risico
(95% betrouwbaar-

­heidsinterval)**

Nederland500.88920.19340,31,00
Westerse landen 90.1443.01833,50,82 (0,70-0,97)
Oost-Europa37.6541.74646,41,27 (1,07-1,50)
Turkije 76.1237279,60,29 (0,24-0,34)
Noord-Afrika90.8601.40715,50,44 (0,37-0,52)
Sub-Sahara Afrika33.5681.46343,61,35 (1,14-1,59)
Suriname85.4684.25549,81,33 (1,13-1,56)
Nederlandse Antillen/ Aruba27.5701.59657,91,61 (1,37-1,90)
Latijns-Amerika #17.4281.43482,32,26 (1,92-2,67)
Azië83.6102.00724,00,62 (0,53-0,73)

*Gemiddelde per jaar tussen 2011 en 2013.

** Relatieve risico’s gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht. Relatieve risico’s geven het verschil in kans op een CSG-consult aan tussen personen met en zonder een migratie-achtergrond. De dikgedrukte relatieve risico’s zijn statistisch significant verschillend van de populatie zonder migratie-achtergrond.

† Personen zonder migratie-achtergrond zijn niet meegenomen.

# Personen met een Surinaamse en Antilliaanse/Arubaanse achtergrond zijn niet meegenomen. 

 

Onderzoek bereik van de huisarts

 

Het bereik van de huisarts voor soa-zorg is onderzocht met behulp van de NIVEL zorgregistratie eerste lijn. Deze registratie bevat gegevens van ingeschreven patiënten in een selectie van huisartsenpraktijken in Nederland. De database is representatief voor de Nederlandse bevolking als het gaat over geografische ligging en stedelijkheid. In deze database zijn alle soa-gerelateerde episodes bestudeerd van 15-60-jarige ingeschreven personen tussen 2002 en 2011. Dit zijn episodes met een positieve soa-diagnose (hiv/aids, syfilis, gonorroe, trichomoniasis, genitale herpes, genitale wratten, niet-specifieke urethritis en/of chlamydia), episodes waarin soa-gerelateerde vragen werden besproken, of episodes waarin een soa-test werd uitgevoerd die negatief bleek te zijn.*

 

Omdat migratie-achtergrond niet geregistreerd wordt in de NIVEL zorgregistratie, is er op persoonsniveau een koppeling gemaakt met de gemeentelijke basisadministratie (GBA), waarin het geboorteland en het geboorteland van de ouders geregistreerd staan.

 

* Er moet worden opgemerkt dat niet alle episodes waarin een soa-test werd uitgevoerd geregistreerd staan als een soa-gerelateerde episode. Wanneer de uiteindelijke diagnose niet soa-gerelateerd blijkt te zijn, wordt de episode geregistreerd onder de uiteindelijke diagnose. Hierdoor zijn het aantal episodes en de vindpercentages bij de huisarts niet direct vergelijkbaar met het aantal consulten en de vindpercentages bij CSG.

Bereik huisarts verschilt sterk: personen met een Antilliaanse/ Arubaanse migratie-achtergrond maken hier het meeste gebruik van

Het aantal soa-gerelateerde episodes per 1.000 ingeschreven personen steeg van 5,0 in 2004 tot 12,4 in 2011. In 2011 varieerde het aantal soa-gerelateerde episodes per 1.000 ingeschreven personen van 9,1 bij personen met een Turkse achtergrond tot 48,4 bij personen met een Antilliaanse/ Arubaanse achtergrond. Vergeleken met personen zonder migratie-achtergrond, was het bereik in 2011 hoger voor personen met een Surinaamse en Antilliaanse/Arubaanse achtergrond (respectievelijk 2,0 en 2,5 keer hoger) en lager voor personen met een Turkse achtergrond (2,1 keer lager) (tabel 2). Er was geen verschil in het bereik tussen personen met een Marokkaanse achtergrond en personen zonder migratie-achtergrond. Het soa-vindpercentage was hoger bij alle groepen met een migratie-achtergrond dan bij de groep zonder migratie-achtergrond. Dit varieerde van 31,3% bij personen zonder migratie-achtergrond tot 39,4% bij personen met een Surinaamse achtergrond.

 

Tabel 2: verschil tussen bevolkingsgroepen in het bereik van de huisarts voor soa-zorg in 2011 in de NIVEL zorgregistratie eerste lijn.

Bevolkingsgroep

Aantal

personen

ingeschreven

Aantal

soa-

episodes

Episodes

per 1.000

patiënten

per jaar

Odds

Ratio

(95% betrouwbaar-

­heidsinterval)*

Nederland221.1842.34010,61,00
Westerse landen 24.05738516,01,24 (1,11-1,39)
Marokko6.22011418,30,92 (0,76-1,13)
Turkije7.489689,10,48 (0,37-0,61)
Suriname6.17120833,71,99 (1,70-2,33)
Nederlandse Antillen/Aruba2.68713048,42,48 (2,04-3,01)
Overig niet-Westerse landen$11.95022418,71,05 (0,91-1,22)

 

* Odds Ratio’s zijn gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht en urbanisatiegraad. Odds ratio’s geven het relatieve verschil in kans op een soa-consult bij de huisarts aan tussen personen met en zonder een migratie-achtergrond. De dikgedrukte odds ratio’s zijn statistisch significant verschillend van personen zonder een migratie-achtergrond. .

† Personen zonder migratie-achtergrond zijn hierbij niet meegenomen.

$ Personen met een Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en Antilliaanse/Arubaanse achtergrond zijn hierbij niet meegenomen.

 

Conclusies en aanbevelingen: wat betekenen deze resultaten?

Deze twee studies laten zien dat sommige groepen met een migratie-achtergrond uit een soa-endemisch land (voornamelijk personen met een Surinaamse en Antilliaanse/Arubaanse achtergrond) meer gebruik maken van de soa-zorg in Nederland dan personen zonder migratie-achtergrond, terwijl andere groepen met een migratie-achtergrond uit een soa-endemisch land (voornamelijk personen met een Turkse achtergrond) minder gebruik maken van de soa-zorg. Personen met een Marokkaanse/Noord-Afrikaanse achtergrond maken evenveel gebruik van de soa-zorg bij de huisarts als personen zonder migratie-achtergrond, maar maken minder gebruik van GGD Centra Seksuele Gezondheid (CSG).

Aangezien de huisarts en CSG de belangrijkste soa-zorgverleners zijn in Nederland, geven deze twee studies samen een goed beeld van het bereik van de soa-zorg onder bevolkingsgroepen in Nederland.

Vergelijkbaarheid en beperkingen van de studies   

Er moet worden opgemerkt dat het onderzoek bij CSG alleen over 15-44 jarige inwoners van de vier grote steden gaat tussen 2011 en 2013 en de resultaten bij de huisarts over een patiëntenpopulatie tussen 15 en 60 jaar oud die representatief is voor de Nederlandse populatie. Om nog beter inzicht te krijgen in het bereik van de soa-zorg in heel Nederland bij verschillende bevolkingsgroepen, zouden huisartsendata en CSG-data gekoppeld moeten worden en geanalyseerd op regionaal of landelijk niveau. Ook soa-thuistesten zouden hier idealiter in meegenomen moeten worden. Data van laboratoria kunnen hierbij mogelijk een completer beeld geven.

Mate van bereik zegt niet altijd iets over noodzaak zorggebruik

Personen met een Surinaamse en Antilliaanse/Arubaanse achtergrond, maar ook personen met een Oost-Europese, Sub-Sahara Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse achtergrond, maken meer gebruik van de soa-zorg dan personen zonder migratie-achtergrond. Toch blijft het onduidelijk of zij in voldoende mate gebruik maken van deze zorg. Het is onbekend wat het soa-risico is in de groep die zich niet laat testen. Ook geeft het relatief lage bereik van personen met een Turkse en Marokkaanse achtergrond, maar ook van personen met een Aziatische achtergrond, niet perse aan dat zij té weinig gebruik maken van de soa-zorg. De classificering van soa-endemische landen is erg breed en mogelijk is het soa-risico bij sommige van deze groepen niet verhoogd in de algemene bevolking. Het hogere soa-vindpercentage onder personen met een migratie-achtergrond kan duiden op een hoger risico in die groep, maar ook op een betere risico-inschatting door de personen zelf, waarbij mensen met weinig risico zich niet of minder laten testen.

Populatie-onderzoek kan meer inzicht geven in vóórkomen soa

Om meer inzicht te krijgen in het vóórkomen van soa bij verschillende bevolkingsgroepen in Nederland, zou een populatie onderzoek de meest betrouwbare resultaten opleveren. In een populatie onderzoek wordt een representatieve steekproef van de bevolking op soa getest in plaats van alleen degenen die er zelf voor kiezen om zich te laten testen. Daarnaast is onderzoek nodig om te achterhalen in hoeverre het bereik van de verschillende bevolkingsgroepen aansluit bij de behoefte en noodzaak van soa-zorg. Vooral de bevolkingsgroepen die relatief weinig gebruik maken van de huisarts en CSG dienen te worden onderzocht om inzicht te krijgen in hun risicogedrag, het gebruik van alternatieve soa-zorg (zoals soa-thuistesten) en de eventuele barrières tot het vinden en gebruik maken van adequate soa-zorg (bijvoorbeeld onbekendheid met en taboes rondom soa-testen). Deze kennis kan vervolgens gebruikt worden om gerichtere interventies op te zetten om hoog risicogroepen te bereiken.

 

Dit artikel is een bewerking van:

  • van Oeffelen AA, van den Broek IV, Doesburg M, Boogmans B, Gotz HM, van Leeuwen-Voerman FA, van Veen MG, Woestenberg PJ, van Benthem BH, van Steenbergen JE. Ethnic and regional differences in STI clinic use: a Dutch epidemiological study using aggregated STI clinic data combined with population numbers. Sex Transm Infect. 2017; 93(1):46-51. 
  • Woestenberg PJ, van Oeffelen AA, Stirbu-Wagner I, van Benthem BH, van Bergen JE, van den Broek IV. Comparison of STI-related consultations among ethnic groups in the Netherlands: an epidemiologic study using electronic records from general practices. BMC Fam Pract 2015;16:70.

 

Met dank aan:

Jim van Steenbergen, Hannelore Götz, Jan van Bergen, Saskia van Leeuwen-Voerman, Bas Boogmans, Maaike van Veen, Irina Stirbu-Wagner en Maartje Doesburg

 

Referenties

  1. van den Broek IVF, van Aar F, van Oeffelen AAM, Woestenberg PJ, Heijne JCM, den Daas C, Hofstraat SHI, Hoenderboom BM, van Wees D, van Sighem AI, Nielen MMJ, van Benthem BHB. Sexually transmitted infections in the Netherlands in 2015. Bilthoven: National Institute for Public Health and the Environment; 2016.

 

Lees ook:

  • het artikel Seksuele overdraagbare aandoeningen in Nederland 2015 jaarcijfers RIVM

 

Delen

Alle SekSoa Magazine artikelen zijn terug te vinden in ons archief

Bekijk archief