Terug naar overzicht

11 dingen die je nog niet wist over partnerwaarschuwing

22/05/2017

Praktijk

Auteur(s): Lydia Pars, beleidsmedewerker professionals & Hanna Bos, arts infectieziektebestrijding Soa Aids Nederland

 

1. Behandel partner direct mee 

Huidige sekspartner(s) worden direct bij het afnemen van de soa-testen zo snel mogelijk ‘meebehandeld’ met de indexcliënt.

Direct meebehandelen van huidige partners (waarmee de indexcliënt ook in de toekomst nog seks denkt te hebben) voorkomt ‘pingponginfecties'. Denk eraan altijd een soa-test af te nemen. Belangrijke overwegingen om wel of niet de huidige partner mee te behandelen zijn onder andere:
- de mate van zekerheid van de diagnose bij de indexcliënt;
- de soa waarom het gaat;
- het tijdstip van het laatste sekscontact en de frequentie daarvan.

Vergeet niet om partnerwaarschuwing te bespreken.

2. Winst, winst, winst

Experts zijn het erover eens: partnerwaarschuwing is essentieel in de soa-bestrijding. Het verhoogt het vindpercentage en betekent winst voor het individu en de gemeenschap. 

Surveillancecijfers uit de centra voor seksuele gezondheid laten zien dat het vindpercentage bij gewaarschuwde partners twee keer zo hoog is als bij alle bezoekers (32% versus 18%, bron: soa-thermometer RIVM 2016). Partnerwaarschuwing is dan ook essentieel in de soa-bestrijding voor het individu (via preventie van infectie en complicaties) en de volksgezondheid (in termen van onderbreking transmissie).

3. Sommige partners zijn belangrijker dan andere

Alle sekspartners waarmee iemand met een soa seks had in de waarschuwingsperiode moeten gewaarschuwd worden. Sommige partners hebben echter meer prioriteit.

Sommige partners hebben een hogere prioriteit in partnerwaarschuwing. Denk aan een zwangere vrouw, vanwege de risico’s voor de zwangerschap en het ongeboren kind. Bij partners met een hogere prioriteit moet er meer tijd gestoken worden in partnerwaarschuwing. Het uitvragen van exacte sekstechnieken is alleen relevant voor het bepalen van de prioriteit, niet om te bepalen óf de partner gewaarschuwd moet worden.

Tip: waren er veel partners, gebruik dan een hulpmiddel om alle partners ‘te herinneren’. De locatielijst (zie  Draaiboek partnermanagement) blijkt bijvoorbeeld zeer effectief.

4. Sommige soa’s zijn belangrijker dan andere

Bij cliënten met een ernstige soa is partnerwaarschuwing belangrijker. Zowel voor de individuele als de volksgezondheid. Extra inspanning is dan nodig en noodzakelijk. 

Bij ernstige soa’s, zoals (acute) hiv, syfilis, LGV, hepatitis B en (acute) hepatitis C, is het verstandig de cliënt te verwijzen naar de specialist in partnerwaarschuwing: de sociaal verpleegkundige van de GGD. In het Draaiboek partnermanagement lees je welke prioriteiten verschillende soa's hebben. Chlamydia heeft een lage prioriteit: chlamydia komt in Nederland endemisch voor bij jongeren. Ga bij een chlamydia-infectie wel na of de cliënt uit een groep met een hoger risico dan gemiddeld komt en bijvoorbeeld al eerder een chlamydia-infectie had. Bespreking van partnerwaarschuwing – ook over hoe dat bij de vorige infectie ging – verdient dan meer nadruk dan bij een eerste infectie.

5. Met een beetje hulp is partnerwaarschuwing succesvoller 

Deze hulpmiddelen zijn bewezen effectief om partnerwaarschuwing succesvoller te maken:

  • Professionals die een locatielijst gebruiken tijdens hun gesprek helpen de cliënt om zich meer partners te herinneren.
  • Als professionals samen met de cliënt een korte gespreksagenda opstellen, wordt partnerwaarschuwing beter uitgevoerd. Partnerwaarschuwing wordt daardoor een gezamenlijke prioriteit van de professional en de indexcliënt. Het ‘agendaformulier’ wordt gebruik als hulpmiddel voor beiden (zie Draaiboek partnermanagement). Zie ook het Het Soa Aids Gespreksmodel.
  • De website www.partnerwaarschuwing.nl ondersteunt professionals en cliënten bij het uitvoeren van partnerwaarschuwing. Je vindt er bijvoorbeeld filmpjes van voorbeeldgesprekken en pdf-bestanden van partnerwaarschuwingsstroken. Ook voor de cliënt vind je hier allerlei relevante informatie over onder andere soa’s en een film over ‘waarom waarschuwen’.

 

6. Soa bij iemand met hiv? Ook waarschuwen voor hiv!

Wordt bij een hiv-positieve cliënt met een ‘undetectable viral load’ een soa gevonden, dan blijft het advies om partners ook te waarschuwen voor hiv. 

Het hebben van een soa, vooral een soa met ulcusvorming, kan de kans op hiv vergroten. De lokale immuniteit kan hierdoor namelijk afnemen. Het aantal hiv-virusdeeltjes kan toenemen en het kan zijn dat de partner met een soa ‘vatbaarder’ is voor hiv. Dit is extra belangrijk als de hiv-positieve cliënt geen ‘undetectable viral load’ heeft.

7. Denk ook aan PEP voor de partners

Bespreek bij een hiv-diagnose direct partnerwaarschuwing, en vooral Post Expositie Profylaxe (PEP) voor partners. 

Mogelijk heeft de cliënt de afgelopen 72 uur onbeschermd seksueel contact gehad en komt zijn of haar partner in aanmerking voor PEP. De rest van partnerwaarschuwing kan wel even wachten, maar kort aanstippen is belangrijk. Maak een vervolgafspraak om uitgebreider op partnerwaarschuwing in te gaan.

8. Partnerwaarschuwing vraagt om gedragsverandering

Open deur? Toch zijn er professionals die gedragsverandering verwachten door bij een cliënt alleen aan te stippen dat partnerwaarschuwing belangrijk is.  Het gaat niet vanzelf, er kan weerstand zijn bij jezelf als professional of bij de cliënt.

Maak de vergelijking eens met condoomgebruik. Partnerwaarschuwing en condoomgebruik zijn beide zaken die vragen om gedragsverandering.  We weten dat gedragsverandering in fasen verloopt (Prochaska en Velicer, 1987) die elk hun eigen aanpak vragen. Ga na hoe de cliënt denkt over het gewenste gedrag. De meeste mensen zijn niet meteen helemaal klaar om hun gedrag te veranderen en worden niet bediend door de mededeling dat ze en condoom moeten gebruiken. Hetzelfde geldt voor partnerwaarschuwing. Maak gebruik van gesprekstechnieken en het ‘stadium paradigma’ (Prochaska en Velicer, 1987) om iemand te helpen richting veiliger gedrag of het waarschuwen van partners.

9. Wel of geen symptomen? Andere waarschuwingsperiode!

Bij een symptomatische infectie (van Gonorroe of Chlamydia trachomatis) geldt een andere waarschuwingsperiode dan bij een asymptomatische infectie.

Bij partnerwaarschuwing is het hoofdzaak om sekspartners te waarschuwen die door de indexcliënt mogelijk geïnfecteerd zijn in de besmettelijke periode. Ook de persoon door wie de cliënt is geïnfecteerd wordt gewaarschuwd. De besmettelijke periode start in de windowfase. Bij cliënten met klachten is de besmettelijke periode gelijk aan de periode sinds de klachten begonnen zijn plus de incubatieperiode vooraf (zie Draaiboek Partnermanagement). Bij asymptomatische infecties moet rekening gehouden worden met besmettelijkheid gedurende de hele duur van de mogelijke infectie. Cliënten met symptomen waarschuwen hun partners van 4 tot 6 weken voorafgaand aan de start van de klachten. Degenen zonder symptomen moeten tot 6 maanden terug waarschuwen.

10. Partnerwaarschuwing bij herpes genitalis is niet zinvol

Bij een infectie met herpes genitalis is Partnerwaarschuwing is niet zinvol, het informeren van vaste partners wel.

Herpes wordt vaak overgedragen wordt door asymptomatische dragers. Dragerschap aantonen of uitsluiten is niet zinnig. Overdracht is niet helemaal te voorkomen door het gebruik van condooms. Dit maakt effectieve preventie bijzonder lastig. Bij zichtbare laesies adviseren we: geen seksueel contact. Ook bij genitale wratten is partnerwaarschuwing niet zinvol.

11. Ook huisbezoek is nog ‘van deze tijd’

Er zijn tegenwoordig veel manieren om partnerwaarschuwing uit te voeren, zoals dual referral, netwerkwaarschuwing en locatiewaarschuwing. E-health-ontwikkelingen zoals de website www.partnerwaarschuwing.nl bieden nieuwe mogelijkheden. Toch moeten we het ‘ouderwetse’ huisbezoek niet vergeten. 

Een huisbezoek is vooral gewenst bij ernstige soa’s waarbij de eerdere methodes om te waarschuwen niet effectief waren. Bij de volgende soa's wordt een huisbezoek als laatste methode geadviseerd: hiv, LGV, syfilis en hepatitis B. In zeer uitzonderlijke situaties kan een huisbezoek zonder toestemming van de indexcliënt worden afgelegd (zie § 4.4 geheimhoudingsplicht in het Draaiboek partnermanagement). Jouw eigen instelling heeft een intern beleid, uitgaand van het belang van de publieke gezondheid. Per situatie wordt aangegeven wanneer je al dan niet voor een huisbezoek kiest.

Meer lezen

 

Bronnen

Delen

Alle SekSoa Magazine artikelen zijn terug te vinden in ons archief

Bekijk archief