Wetenschappelijk onderzoek naar het seksuele gedrag van swingers
Onderzoek uit de jaren ’70 en ‘80
In de afgelopen tien jaar is er geen breed onderzoek gedaan onder de swingers. De onderzoeken over swingers stammen uit de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw.
Toen is vooral onderzocht wat swingen is, wat iemand nu tot swingen bracht en welke emoties erbij komen kijken. Onderzoek direct gericht op seksueel risicogedrag werd destijds niet verricht.
Eind jaren jaren '70 heeft Buunk onderzoek gedaan naar de sociaal psychologische processen (waaronder jaloezie) die zich afspelen binnen heteroseksuele paren met een seksueel open huwelijk (Buunk, 1980).
Slechts een klein deel van de onderzochte groep deed aan partnerruil of swingen. In een later artikel (1983) heeft Buunk zijn gegevens vergeleken met Amerikaanse. Het gaat dan om verschillen tussen mannen en vrouwen in interesse in swingen en om de sociale categorieën waarin swingen plaatsvindt. Hoewel meer mannen dan vrouwen het waarschijnlijker achten dat zij tot partnerruil zouden overgaan wanneer een gelegenheid zich voor zou doen (10 tegen 4%), hebben meer vrouwen dan mannen daadwerkelijk aan partnerruil gedaan (6 tegen 3%).
Uit een steekproef van 50 heteroseksuele paren (geworven via advertenties) waarvan beide partners buitenechtelijke seks hadden gehad, blijkt dat het opleidingsniveau relatief hoog is, de leeftijdsgroep rond de 30 jaar oververtegenwoordigd is en de seksuele moraal liberaal is.
Ruim de helft (55%) van deze paren heeft ervaring met swingen (38% één of twee keer en 17% drie of meer keer). Veel van hen doen alleen aan partnerruil; zij zijn dan ook van mening dat buitenechtelijke activiteiten tot partnerruil beperkt dienen te blijven. Verder is er een positieve samenhang tussen ervaring met swingen en de opvatting dat seks en liefde los staan van elkaar.
Nog eerder, in 1971, is Nederlands kwalitatief onderzoek gepubliceerd naar "kontaktadvertenties voor en door echtparen" (NISSO, 1971 en interview over het onderzoek in Sextant, 1971). Ook hier gaat het niet specifiek over seksueel risicogedrag, maar over het ontstaan van de behoefte aan gezamenlijke seksuele contacten van echtparen met anderen, waarom zij via contact advertenties zoeken, mogelijke bedreiging van het huwelijk, et cetera.
drie zaken zijn interessant in het kader van seksueel risico gedrag:
Recent onderzoek van het IVO
Swingers en hepatitis B; Onderzoek naar seksueel risicogedrag van swingers en kansen voor hepatitis B-preventie; Agnes van der Poel en Brigitte Boon,© IVO, 2006
Dit is het enige onderzoek waar specifiek is gevraagd naar seksueel risicogedrag van swingers, het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van de landelijke hepatitis B vaccinatie campagne.
Voornaamste conclusies uit dit onderzoek:
Allereerst stellen de onderzoekers dat Swingers deel uit maken van een ‘hidden population’.
Bij dit onderzoek zijn de deelnemers geworven via verschillende websites die zich richten op swingers. De onderzoekers benadrukken dat dit geen representatieve steekproef is en dat de resultaten niet met honderd procent zekerheid kunnen gelden voor de totale groep swingers in Nederland.
Risicovolle gedragingen van swingers
De vragen naar seksueel risicogedrag waren gesplitst in vragen ver seks met de eigen partner en seks met anderen.
Bijna alle deelnemers aan het onderzoek hebben seks met hun vaste partner tijdens het swingen en buiten het swingen om. Dit gebeurt - op een enkele uitzondering na - zonder bescherming, dus onveilig.
De meeste deelnemers maken afspraken met hun vaste partner en swing-partners over veilige seks tijdens het swingen (96%). De meest voorkomende afspraken zijn: "altijd een condoom bij penetratie" (87%) en "bij pijpen niet (laten) klaarkomen in de mond" (55%).
In totaal praktiseert slechts 5% van de respondenten altijd veilige seks met anderen tijdens het swingen. De meerderheid (81%) neukt wel altijd veilig, maar gebruikt niet altijd een condoom/beflapje bij de overige handelingen. Als laatste is er 14% die bij alle handelingen, inclusief neuken, niet altijd een condoom/beflapje gebruikt.
Deze verdeling zien we terug voor mannen en vrouwen, voor respondenten die met een lage dan wel hoge frequentie swingen, voor respondenten die bij voorkeur alleen thuis, alleen in een parenclub of op beide plaatsen swingen, en voor respondenten die meestal met één, twee of drie of meer personen swing-seks hebben per gelegenheid. Blijkbaar is het hebben van (ook) onveilige seks niet gebonden aan de genoemde swing-kenmerken (frequentie, plaats en aantal personen).
Gebruik van alcohol en/of drugs voor en tijdens het swingen komt voor: 78% drinkt wel eens alcohol en 40% gebruikt wel eens drugs (met name XTC, GHB en cannabis).
Swingers an emerging riskgroup for Chlamydia trachomatis and Neisseria gonorrhoeae; E. Brouwers, A-M Niekamp, S.A. Morré, C.A. Bruggemans, C.J.P.A. Hoebe; GGD Zuid Limburg; 2007
De GGD in Limburg deed een onderzoek onder 130 Swingers die het soa-centrum bezochten. Van de 130 waren iets minder dan de helft mannen.
18% van de mannen en 58% van de vrouwen hadden biseksuele contacten.
12% van de 130 hadden klachten, 11% had een partnerwaarschuwing en 77% had risico gelopen.
Van deze 130 bezoekers bleek 12,3 % geïnfecteerd met Chlamydia en 5,4% met Gonorroe. Geen van de 130 was geïnfecteerd met syfilis, Hepatitis b of hiv.
Volgens eigen rapportage hadden 7.7% Chlamydia; 3,8% Gonorroe; 9,2% Genitale Wratten en 3,8% Herpes Genitalis gehad. 42% van de vrouwelijke swingers hadden anale seks gehad, 37 % van de mannelijke swingers hadden ooit anaal geneukt.
In vergelijking met andere hoog risico groepen; zoals mannen die seks hebben met mannen (MSM), prostituees en jongeren waren de cijfers van Chlamydia en Gonorroe infecties bij de swingers hoog.
Bij de swingers 12,3% Chlamydia en 5,4% Gonorroe. Bij jongeren was dat 10% & 1%; bij prostituees 8% en 1,5% en bij MSM 8% en 9%.
Concluderend stelt de GGD Limburg dan ook dat Swingers een niet herkende en onder gerapporteerde hoog risico groep is. In deze steekproef vond men een onverwacht hoge soa prevalentie en werd hoog risico gedrag gerapporteerd.
Op basis van deze steekproef doet de GGD de aanbeveling om swingers te zien als een risicogroep en te investeren in op swingers gerichte preventie activiteiten.
Swingen, een lifstyle, alles wat je al lang wilde weten over partnerruil; Natasja Bakker & Ron Maas; De uitgeverij; 2006
In 2006 schreven twee swingers ’Swingen, een lifestyle’, een handleiding voor startende partnerruilers en mensen die erover denken om te gaan swingen.
De auteurs swingen zelf en willen laten zien dat swingen niet (alleen) iets is voor getatoeëerde lieden aan wie de beschaving voorbij is getrokken. Het boek is onderverdeeld in drie delen: