De hiv-test

Als het lichaam antistoffen aanmaakt tegen hiv, is iemand hiv-positief. Het virus zit dus in het lichaam. Het duurt drie maanden voordat hiv kan worden aangetoond. Dit gebeurt met een bloedtest. De uitslag van de hiv-test wordt persoonlijk besproken. De arts heeft een zwijgplicht. Dat betekent dat hij of zij de uitslag van de hiv-test niet aan anderen mag vertellen.

Waarom een hiv-test?

  • Als je met hiv bent geïnfecteerd is het belangrijk dat de specialist de voortgang van de hiv-infectie controleert, zodat je tijdig met behandeling kunt starten.
  • Nu kun je ervoor zorgen dat je geen hiv overdraagt op anderen.


Hiv en zwangerschap

Als je hiv-positief en zwanger bent, kun je met medicijnen de kans aanzienlijk verkleinen dat je het virus overdraagt op je baby.
Daarom worden in Nederland alle zwangere vrouwen standaard getest op hiv (tenzij zij daar bezwaar tegen maken).

Wil je meer informatie, praat dan met je huisarts of je verloskundige.


Advies op maat

Op www.soatest.nl kun je nagaan of het gewenst is dat je een soa- of hiv-test laat doen.
Je kunt bellen, mailen of chatten met de Aids Soa Infolijn.
De medewerkers van de Infolijn maken dan samen met jou een risico-inschatting en verwijzen je door naar de juiste adressen voor een test of behandeling. 

Wanneer een hiv-test?

Een hiv-test is pas drie maanden na een onveilig contact zinvol.
Anti-stoffen tegen het hiv-virus zijn pas na een langere tijd aantoonbaar.
Omdat de antistoffen na drie maanden bij iedereen aantoonbaar zijn, wordt deze periode geadviseerd.

Direct na een onveilig contact met een seropositieve partner kan je binnen maximaal 72 uur met een PEP-kuur starten.

Meer informatie

Hoe gaat de test?

Bij een hiv-test neemt de arts of verpleegkundige bloed af. Dit wordt in een laboratorium getest op de aanwezigheid van hiv-antistoffen. Meestal duurt het ongeveer een week tot tien dagen voordat de uitslag bekend is.

Bij een sneltest is de uitslag er vaak al na een uur. Een sneltest is echter geen standaard procedure. Lang niet alle instanties hebben de mogelijkheid om een sneltest te doen.

Van tevoren wordt afgesproken hoe iemand de uitslag te horen krijgt. Het meedelen van de uitslag vindt vaak plaats in een gesprek met de arts of verpleegkundige. Na een testuitslag, waarbij hiv in het bloed is aangetoond, wordt altijd nog een tweede test gedaan om met 100 procent zekerheid te kunnen zeggen dat iemand inderdaad hiv heeft.

 

In het gesprek met de arts of verpleegkundige kan ook worden besproken hoe iemand voortaan risico's voor zichzelf en anderen kan vermijden. De arts of verpleegkundige heeft een zwijgplicht. Dit betekent dat hij of zij de uitslag niet aan anderen mag doorvertellen. Dat mag alleen als iemand daar goedkeuring voor geeft.


Ook op andere soa's laten testen

Bij het risico van een hiv-overdracht door seks wordt aanbevolen ook meteen op andere soa's te laten testen, omdat het risico daarop dan ook aanwezig is. Andere soa's komen veel vaker voor dan hiv-infectie.

De test-uitslag

Hiv-negatief

Dit betekent goed nieuws: er zijn geen hiv-antistoffen in het bloed gevonden. Als iemand de drie maanden voor de test geen risico heeft gelopen, dan kan hij of zij ervan uitgaan geen hiv te hebben.

Hiv-positief

Dit betekent slecht nieuws: er zit virus in het bloed. Misschien is daar voor de geïnfecteerde nog helemaal niets van te merken. De arts zal de gezondheidstoestand en de ziekteontwikkeling regelmatig blijven controleren. Deze arts is doorgaans een hiv-specialist in het ziekenhuis. Die kan iemand begeleiden en informatie geven, bijvoorbeeld over de mogelijkheden om de hiv-infectie te behandelen.

Delen