10 tips om te praten met je kind

Tien communicatietips om te praten met je kind.

  1. Om te voorkomen dat uw kind steeds minder vertelt, zult u als ouder moeten blijven praten met uw kind. Pubers houden niet van ‘officiële gesprekken’: probeer daarom een situatie te vinden waarbij u samen ook iets anders kunt doen.
  2. U bent zelf het voorbeeld. De manier waarop ouders zich gedragen, ruzie maken, problemen oplossen en met elkaar omgaan is voor kinderen een voorbeeld voor hoe mensen zich horen te gedragen. Door bijvoorbeeld zelf eens toe te geven dat een ouder ook fouten kan maken (en ‘sorry’ kan zeggen), geeft u ook uw kind een voorbeeld.
  3. Let erop dat u uw kind ook eens een compliment geeft. Als er regelmatig ruzie is in huis en u geneigd bent als een politieagent op te treden, heeft uw kind al snel het idee dat u alleen maar negatief denkt over hem of haar. Door een kind complimenten te geven krijgt het zelfvertrouwen.
  4. Vraag de mening van uw kind over zaken die met seksualiteit en relaties te maken hebben. Dus: ‘Wat zou jij doen als …’. Zo houdt u het gesprek open en blijft u op de hoogte hoe kinderen over dit soort zaken denken.
  5. Probeer op de hoogte te blijven van waar uw kind naar kijkt op tv en internet. Vraag er naar en kijk zo nu en dan eens mee. Stel vragen over wat ze zien en keur niet alles af.
  6. Neem uw kind serieus. Als hij/zij verliefd is of zegt verkering te hebben, maak die gevoelens niet belachelijk, maar neem ze serieus. Zeg liever ‘spannend voor je, ben je er blij mee?’
  7. Stel uw eigen grenzen. Kinderen kunnen ook vragen stellen over uw ervaringen met seks en alcohol. Bepaal voor uzelf wat u wel en niet kwijt wilt hierover.
  8. Informeer eens bij andere ouders over kwesties als ‘hoeveel mag je drinken op vakantie, hoeveel geld krijg je mee’. Kinderen zijn geneigd hun ouders voor te spiegelen dat zij als enige van de vriendenploeg met wie ze op vakantie gaan, niet veel mogen drinken en weinig zakgeld mee krijgen. Natuurlijk bepaalt u zelf de regels, maar overleg met andere ouders hierover kan wel eens nuttig zijn.
  9. Vergelijk uw kind niet met de jeugd van tegenwoordig. Soms hoor je ouders zeggen: ‘vroeger toen ik zo oud was als jij …’. Kinderen hebben niets aan deze vergelijking, ze leven in deze tijd. Tijden zijn nu eenmaal veranderd, regels soms ook.
  10. Laat merken dat je om je kind geeft en bezorgd bent. Ondanks woordenwisselingen, ruzies en opmerkingen dat u ‘ouderwets en streng’ bent, willen kinderen graag merken dat je van ze houdt.
Delen