Het RIVM presenteerde vandaag tijdens het Nationale Etnische Minderheden Congres in Utrecht de cijfers over soa en hiv onder etnische minderheden in Nederland. Door een nieuwe definitie van het bepalen van etniciteit, zijn ook de cijfers veranderd.
Tot 2011 mochten bezoekers van een soa-centra een zelf bepaalde etniciteit opgeven. Sinds 2011 wordt de etniciteit bepaald door het geboorteland van de bezoeker en zijn of haar ouders. Dit heeft gevolgen voor de cijfers. In 2010 was bijna 16 procent van de bezoekers aan een soa-poli afkomstig uit een minderheidsgroep; in 2011 was dit ruim 35 procent.
In verhouding laten meer etnische minderheden dan autochtone Nederlanders zich testen bij de soa-centra. In 2011 werd 13 procent van de autochtone Nederlanders positief getest op een soa en 17 procent van etnische minderheden.
De meeste heteroseksuele mensen die positief getest werden op hiv in 2011 waren Nederlanders, gevolgd door mensen uit Afrika ten zuiden van de Sahara.
Eerder publiceerde Soa Aids Nederland al alle soa-cijfers onder etnische minderheden in Nederland.