Het virus kan zich bevinden in: bloed, sperma, vaginaal vocht, voorvocht en moedermelk. Bij iemand die geïnfecteerd is met hiv bevatten bloed en sperma een hoge concentratie van het virus. In vaginaal vocht en voorvocht is deze concentratie beduidend lager, maar overdracht via deze lichaamsvochten is wel mogelijk.
In andere lichaamsvochten kan het virus wel aanwezig zijn, maar in een veel te lage concentratie om een infectie te kunnen veroorzaken. Speeksel, zweet, traanvocht, urine en ontlasting zijn alleen gevaarlijk als er zichtbaar bloed in zit, en er risico is dat dit rechtstreeks in de bloedbaan van de ander terecht kan komen.
In de dagelijkse omgang met seropositieve mensen loop je geen enkel risico. De kans op infectie bestaat bij onveilige handelingen met bloed, sperma, vaginaal vocht en voorvocht. In de onderstaande informatie wordt uitgelegd om welke onveilige handelingen het gaat.
Onveilig seksueel contact
Iedereen die onveilig vrijt loopt risico op een infectie met hiv of een andere seksueel overdraagbare aandoening. De kans op een hiv-infectie is groter bij seksuele contacten met mensen uit groepen waarbinnen aids veel voorkomt. Bijvoorbeeld mensen die drugs spuiten, mannen met wisselende homoseksuele contacten en mensen die afkomstig zijn uit gebieden waar aids veel voorkomt. Het probleem is dat niet aan iemand te zien is of hij of zij tot één van deze groepen behoort. En lang niet iedereen weet zelf of hij of zij seropositief is. Ook dat is niet aan iemand te zien. Dit betekent dus: veilig vrijen, zolang je niet zeker weet of jij of je partner geïnfecteerd is.
Onveilige seksuele handelingen zijn:
- Vaginale geslachtsgemeenschap zonder condoom (penis in vagina).*
- Anale seks zonder condoom (penis in anus).
- Orale seks, waarbij sperma of (menstruatie)bloed in de mond komt.* *
- Onderling gebruik van seksattributen, zoals een dildo, zonder deze tussendoor schoon te maken.
* Ook zonder klaarkomen is er een kans op besmetting met hiv. Voorvocht en vaginaal vocht bevatten een kleine hoeveelheid hiv.
* * Als er bij orale seks geen sprake is van klaarkomen of menstruatiebloed, is de kans op besmetting met hiv verwaarloosbaar klein. Het speeksel in de mond vermindert de werking van de kleine hoeveelheid hiv in voorvocht of vaginaal vocht.
Gebruikte naalden
Je raakt niet geïnfecteerd met hiv door drugs te gebruiken. Mensen die drugs spuiten en elkaars naalden gebruiken, lopen wel risico, omdat in de naalden en spuiten bloedresten achtergebleven kunnen zijn. Ook het gebruiken van andermans spuitattributen (zoals lepel, glas, water en watjes) en het overhevelen van drugs van de ene naar de andere spuit geven risico op besmetting. Het hiv-virus en andere virussen die ziekten verwekken, kunnen zo in de bloedbaan terechtkomen.
Moeder-kindoverdracht
Hiv kan worden overgedragen van moeder op kind tijdens de zwangerschap of bevalling, als de moeder seropositief is. Na de bevalling kan de moeder het virus overdragen via de borstvoeding.
Behandeling met medicijnen van de moeder tijdens de zwangerschap en andere voorzorgsmaatregelen bij de bevalling (keizersnede, géén borstvoeding geven) kunnen de kans op overdracht verkleinen tot minder dan 2%.
Onveilige bloedproducten
De kans om aids te krijgen door een bloedtransfusie is in Nederland vrijwel uitgesloten. Sinds juli 1985 worden alle bloeddonaties door testen gecontroleerd op antistoffen tegen hiv. Besmet bloed dat deze antistoffen bevat, wordt niet gebruikt. Hetzelfde geldt voor andere Europese landen en de Verenigde Staten. In ontwikkelingslanden wordt het bloed niet altijd gecontroleerd.