Dringt hiv het lichaam binnen dan hecht het virus zich aan de T-helpercellen. Vervolgens dringt het virus die helpercellen binnen en maakt ze kapot. En dat heeft grote gevolgen. De helpercellen zorgen er namelijk voor dat een bepaald soort witte bloedlichaampjes (lymfocyten) antistoffen maken tegen indringers - of het nu virussen, bacteriën of schimmels zijn.
Hiv schakelt de helpercellen uit, de lymfocyten doen hun werk niet meer en de aanmaak van antistoffen stokt. Anders gezegd: de verdedigingslinie die indringers moet tegenhouden, begint gaten te vertonen. De indringers kunnen dan ongestoord het lichaam ziek maken. Maar wat merkt iemand die besmet raakt?
Hoe lang het duurt voor iemand klachten krijgt na besmetting met hiv, verschilt van persoon tot persoon. Het kan na twee jaar zijn, maar ook langer dan tien jaar duren. Hierbij spelen erfelijke factoren een rol en mogelijk het type virus waarmee je wordt geïnfecteerd.
Klachten
Een hiv-infectie kan op twee manieren verlopen.
1. je bent seropositief en je weet dat niet:
Als je seropositief bent, betekent dat niet dat je ook meteen klachten krijgt. Waarschijnlijk merk je in eerste instantie niets van die hiv-infectie. Je kan nog jaren gezond blijven. Je kan anderen wel met hiv infecteren als je onveilig vrijt.
Als de hoeveelheid virus toeneemt, wordt je afweer aangetast en krijg je klachten. Dat kan na twee jaar gebeuren, maar kan ook langer dan tien jaar duren. Enorme moeheid, nachtzweten, veel gewichtsverlies zonder duidelijke reden, koorts, hardnekkige diarree en kortademigheid kunnen wijzen op een vergevorderde hiv-infectie. Je krijgt de diagnose 'aids' als het hiv-virus je afweer zo ernstig heeft aangetast, dat je ziek wordt door een infectie die door een gezonde afweer normaal gesproken wordt bestreden.
2. je hebt een hiv-test gedaan en weet dat je seropositief bent:
Als je een hiv-test hebt gedaan en dus weet dat je hiv-geïnfecteerd bent, verloopt een hiv-infectie anders. Je wordt direct doorverwezen naar een hiv-behandelcentrum en door regelmatig bloedonderzoek wordt het verloop van je hiv-infectie in de gaten gehouden. Als dat nodig is wordt de behandeling gestart zodat je geen van de bovengenoemde klachten krijgt.
Interactie hiv en soa
Er bestaat een vervelende interactie tussen soa en hiv. Als je een soa hebt, kan je bij onveilig seksueel contact makkelijker hiv oplopen. Andersom kan iemand die zowel hiv heeft én een andere soa, hiv makkelijker op een ander overbrengen. Met name syfilis verhoogt de ontvankelijkheid voor hiv. Tenslotte kunnen soa bij mensen met hiv ernstiger verlopen, omdat ze een verminderde weerstand hebben.