Genezing van een hiv-infectie is niet mogelijk. Het virus verdwijnt niet uit het lichaam, maar ontwikkeling van de ziekte kan wel worden geremd door behandeling met medicijnen, de zogenoemde ‘hiv-remmers'. Dat betekent het slikken van een combinatie van drie of meer hiv-remmers. Hiv-remmers gaan de activiteit en vermenigvuldiging van hiv in het lichaam tegen. Het afweersysteem kan daardoor beter functioneren. Dit betekent dat er minder of helemaal geen klachten zijn, die mensen met hiv zonder behandeling wel zouden hebben.
De moeilijkheid van behandeling met hiv-remmers is dat mensen de pillen op vaste tijdstippen moeten innemen, één of twee keer per dag, en dat iedere dag, een leven lang. Die ‘therapietrouw' is een voorwaarde voor een succesvolle behandeling.
Ook kunnen de geneesmiddelen bijwerkingen hebben, zoals misselijkheid en veranderingen in de vetverdeling over het lichaam. Regelmatige controle is nodig op andere lichaamsfuncties, zoals bijvoorbeeld de werking van de lever en de nieren, die door de medicijnen extra worden belast.
Als bij een test is gebleken dat er zich hiv in het bloed bevindt, wil dat nog niet per se zeggen dat er een begin wordt gemaakt met een behandeling. Het starten van een behandeling gebeurt in overleg met een hiv-behandelaar, de specialist op dit gebied. Die gaat daarbij uit van richtlijnen, die voor alle hiv-behandelaars gelden.
Het is belangrijk om bijtijds met de combinatietherapie te beginnen, in ieder geval voordat hiv tot ziekteverschijnselen leidt. De toestand van iemands afweer bepaalt wanneer hij of zij moet beginnen met de combinatietherapie. Daarom moet iemand die hiv heeft regelmatig naar de arts voor onderzoek van het afweersysteem.
Dankzij de combinatietherapie kan iemand met hiv betrekkelijk normaal verder leven. Zonder de behandeling wordt iemand met hiv sneller ziek en is de kans groter dat iemand met hiv overlijdt aan de gevolgen daarvan.