Een moeder met hiv kan tijdens de zwangerschap of de bevalling het virus doorgeven aan haar kind. Ook kan ze hiv doorgeven via de borstvoeding. Daarom worden in Nederland alle zwangere vrouwen standaard op hiv getest, behalve als ze zelf aangeven dit niet te willen.
Als een zwangere vrouw hiv heeft, kan ze tijdens de zwangerschap bepaalde medicijnen, hiv-remmers, slikken. Die zorgen ervoor dat de hoeveelheid virus in het bloed daalt, waardoor de kans dat het kind tijdens de zwangerschap of tijdens de bevalling geïnfecteerd wordt veel kleiner is. Een keizersnede om de infectiekans voor het kind te verkleinen is meestal niet nodig. Uit voorzorg krijgt het kind na de bevalling nog vier weken medicijnen tegen hiv. Verder wordt het de moeder afgeraden om de pasgeborene borstvoeding te geven, omdat het virus ook via de moedermelk kan worden overgedragen. Als al deze maatregelen worden toegepast dan is de kans dat het kind geïnfecteerd raakt kleiner dan één procent.