Hiv kan worden overgedragen door bloed. Dat kan gebeuren bij bloedtransfusies, het gebruik van naalden die eerder gebruikt zijn door iemand met hiv (bijvoorbeeld voor het inspuiten van drugs) en bij het prikken aan een besmette naald.
De kans hiv op te lopen door het krijgen van bloed (bloedtransfusie) in een ziekenhuis is in Nederland erg klein. In Europa en de Verenigde Staten controleert men standaard al het bloed op hiv. Bloed met hiv wordt niet gebruikt. Niet in alle landen controleert men het bloed. In veel landen vormen bloedtransfusies wel een risico op hiv-infectie.
In sommige beroepen lopen mensen meer risico op hiv door bloedcontact, bijvoorbeeld door bijtverwondingen (politie en bewakers) of door prikken aan een besmette naald (artsen en laboranten). Regels om de kans op infectie te beperken verschillen per werksituatie. Zo draagt een tandarts bijvoorbeeld handschoenen om het risico te verkleinen.