Dringt het hiv-virus het lichaam binnen, dan pakt het bepaalde cellen vast, de zogenaamde CD4 cellen. Vervolgens dringt het virus die CD4 cellen binnen en maakt ze kapot. En dat heeft grote gevolgen. De CD4 cellen zorgen er namelijk voor dat een bepaald soort witte bloedlichaampjes (lymfocyten) antistoffen maken tegen indringers, zoals bijvoorbeeld virussen, bacteriën of schimmels.
Het hiv-virus schakelt dus de CD4 cellen uit, de lymfocyten doen het niet meer en de aanmaak van antistoffen neemt af. Anders gezegd: de verdedigingslinie die indringers moet tegenhouden, begint gaten te vertonen. De indringers kunnen zich zo in het lichaam vermenigvuldigen en het lichaam ziek maken.
Maar wat merkt iemand die met hiv besmet raakt eigenlijk?
Klachten
Enkele weken na het oplopen van een hiv-infectie kan een persoon 'griepachtige verschijnselen' doormaken. Dit wordt ook wel 'acute hiv' genoemd. Dit is de fase waarin iemand van hiv-negatief naar hiv-positief overgaat. Hiv positief wordt ook wel 'seropositief' genoemd. Vaak wordt er in deze fase niet zo snel gedacht aan een hiv-infectie, omdat de verschijnselen erg lijken op een gewone griep of Pfeifer. De verschijnselen trekken in de loop van de weken vanzelf weer weg.
Een hiv-infectie kan vervolgens op twee manieren verder verlopen.
Interactie hiv en soa
Er bestaat een vervelende interactie tussen soa en hiv. Als je een soa hebt, kan je bij onveilig seksueel contact makkelijker hiv oplopen. Andersom kan iemand die zowel hiv heeft én een andere soa, hiv makkelijker op een ander overbrengen. Met name syfilis verhoogt de mogelijkheid om hiv op te lopen. Tenslotte kunnen soa bij mensen met hiv ernstiger verlopen, omdat ze een verminderde weerstand hebben.