Bij een hiv-test neemt de arts of verpleegkundige bloed af. Dit wordt in een laboratorium getest op de aanwezigheid van hiv-antistoffen. Meestal duurt het ongeveer een week tot tien dagen voordat de uitslag bekend is.
Bij een sneltest is de uitslag er vaak al na een uur. Een sneltest is echter geen standaard procedure. Lang niet alle instanties hebben de mogelijkheid om een sneltest te doen.
Via de hiv-sneltest locator kan je zoeken naar de dichtsbijzijnde een hiv-sneltestlocatie.
Van tevoren wordt afgesproken hoe iemand de uitslag te horen krijgt. Het meedelen van de uitslag vindt vaak plaats in een gesprek met de arts of verpleegkundige. Na een testuitslag, waarbij hiv in het bloed is aangetoond, wordt altijd nog een tweede test gedaan om met 100 procent zekerheid te kunnen zeggen dat iemand inderdaad hiv heeft.
In het gesprek met de arts of verpleegkundige kan ook worden besproken hoe iemand voortaan risico's voor zichzelf en anderen kan vermijden. De arts of verpleegkundige heeft een zwijgplicht. Dit betekent dat hij of zij de uitslag niet aan anderen mag doorvertellen. Dat mag alleen als iemand daar goedkeuring voor geeft.
Ook op andere soa's laten testen
Bij het risico van een hiv-overdracht door seks wordt aanbevolen ook meteen op andere soa's te laten testen, omdat het risico daarop dan ook aanwezig is. Andere soa's komen veel vaker voor dan hiv-infectie.